In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor ontuchtige handelingen met een minderjarige van tussen de twaalf en zestien jaar, gepleegd in augustus 2017. De verdachte had via een sekswebsite contact gelegd met het slachtoffer en seksuele handelingen verricht, waaronder penetratie. De rechtbank sprak verdachte vrij van een tweede tenlastelegging, maar veroordeelde hem voor het eerste feit. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in.
Het hof oordeelde dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk was en verwierp het verweer van de verdachte dat hij afwezigheid van alle schuld had vanwege dwaling over de leeftijd van het slachtoffer. De verklaring van het slachtoffer werd als betrouwbaar beoordeeld, mede ondersteund door verklaringen van derden en omstandigheden zoals de aanschaf van een morning-afterpil.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het oordeel betrof en verklaarde het bewezen dat de verdachte ontuchtige handelingen had gepleegd met het slachtoffer. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht maanden, met aftrek van voorarrest. Tevens werd een immateriële schadevergoeding van €1.500 aan het slachtoffer toegekend, te betalen aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.
De strafmotivering betrof de ernst van het feit, de leeftijdsverschillen, de impact op het slachtoffer en het feit dat de verdachte zijn positie als directeur en raadslid had verloren door de verdenking. Het hof achtte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden.