ECLI:NL:GHDHA:2020:2754
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling wegens niet-naleving proeftijd
In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor het bezit en de handel in cocaïne en amfetamine in de periode van november 2017 tot januari 2018. De rechtbank had de verdachte veroordeeld tot vijftien maanden gevangenisstraf en had tevens de voorwaardelijke invrijheidstelling herroepen vanwege het niet naleven van de algemene voorwaarden.
De advocaat-generaal stelde zich in hoger beroep niet-ontvankelijk, maar het hof besloot ambtshalve de zaak inhoudelijk te behandelen. Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank, met uitzondering van de beslissing over de herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling, die het vernietigde.
Het hof stelde vast dat de verdachte de voorwaarden van de voorwaardelijke invrijheidstelling had geschonden door de bewezen verklaarde feiten te plegen tijdens de proeftijd. Echter, omdat de proeftijd later was verlengd en reclasseringstoezicht was ingesteld, oordeelde het hof dat er geen gronden waren om de herroeping toe te wijzen. De vordering tot herroeping werd daarom afgewezen.
Het arrest werd uitgesproken op 7 september 2020 door het gerechtshof Den Haag, waarbij het vonnis van de rechtbank voor het overige werd bevestigd.
Uitkomst: De vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling wordt afgewezen en het vonnis van de rechtbank wordt voor het overige bevestigd.