ECLI:NL:GHDHA:2020:2802
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- U.E. Tromp
- J.T. Sanders
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en kostenvergoeding afgewezen
Belanghebbende was in bezwaar gegaan tegen een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en een verzuimboete die door de Inspecteur waren opgelegd. De Inspecteur vernietigde deze aanslag en boete in bezwaar, maar wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om kostenvergoeding en schadevergoeding afwees.
In hoger beroep bij het Gerechtshof Den Haag werd het eerdere vonnis na vereenvoudigde behandeling onterecht niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van griffierecht, maar dit werd hersteld omdat sprake was van betalingsonmacht. Het Hof oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat geen recht bestond op vergoeding van proceskosten, materiële of immateriële schade. De door belanghebbende opgevoerde kosten voldeden niet aan de criteria van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Het Hof bevestigde dat de rechtbank het beroep terecht ongegrond had verklaard en dat het verzet gegrond was. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd omdat niet was gebleken dat belanghebbende kosten had gemaakt die voor vergoeding in aanmerking kwamen. De uitspraak werd zonder mondelinge behandeling gedaan.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzet gegrond, waarbij geen proceskostenvergoeding of schadevergoeding wordt toegekend.