ECLI:NL:GHDHA:2020:2875
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- C.J. Verduyn
- O.A. Schreuder
- F.R. Salomons
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen vaststelling griffierecht wegens te late inkomensverklaring ongegrond verklaard
Verzoeker kwam in verzet tegen de vaststelling van het griffierecht in een civiele procedure, stellende dat het griffierecht onterecht niet was vastgesteld op het tarief voor onvermogenden vanwege het ontbreken van tijdige inkomensverklaringen.
Het hof onderzocht de indieningstermijnen en concludeerde dat de overgelegde inkomensverklaringen van 11 augustus 2017 en 17 januari 2020 te laat waren ingediend, aangezien het griffierecht was geheven op de eerste roldatum van 17 december 2019. Verzoeker gaf aan dat hij als niet-ingezetene moeite had met het verkrijgen van een actuele verklaring, maar het hof achtte dit geen geldige reden voor de late indiening.
Het hof oordeelde dat verzoeker redelijkerwijs had moeten zorgen voor tijdige indiening, zeker gezien het eerdere verzoek om een inkomensverklaring. Daarom was het verzet ongegrond en werd het griffierecht gehandhaafd op het oorspronkelijke bedrag.
Uitkomst: Het verzet tegen de vaststelling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard vanwege te late indiening van inkomensverklaringen.