ECLI:NL:GHDHA:2020:2897
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Geen rechtmatig belang bij verzoek tot herbeoordeling partneralimentatie en proceskostenveroordeling
Het geschil betreft een verzoek van de vrouw tot herbeoordeling van partneralimentatie en het overleggen van bankafschriften van de man over de jaren 2012 tot en met februari 2018. De vrouw stelt dat de man vermogen heeft opgebouwd waaruit hij alimentatie kan voldoen, terwijl de man stelt dat er geen sprake is van draagkracht en dat eerdere afspraken en uitspraken bindend zijn.
Het hof overweegt dat de beschikking van de rechtbank Rotterdam van 11 mei 2017, waarin werd vastgesteld dat de man geen draagkracht heeft en dat hij niet verplicht is vermogen te reserveren voor alimentatie, in kracht van gewijsde is gegaan en gezag van gewijsde heeft. Er is geen sprake van een rechtens relevante wijziging van omstandigheden die een herbeoordeling rechtvaardigt.
De verzoeken van de vrouw worden daarom afgewezen. Het hof veroordeelt de vrouw in de proceskosten van de procedure in eerste aanleg en hoger beroep, omdat zij de procedure onnodig heeft aangespannen. De kosten worden vastgesteld op basis van het liquidatietarief en de vrouw wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente bij niet-tijdige voldoening.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de eerdere beschikking en veroordeelt de vrouw in de proceskosten van eerste aanleg en hoger beroep.