ECLI:NL:GHDHA:2020:2930
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- A.E.A.M. van Waesberghe
- H.P.Ch. van Dijk
- C.H.M. Royakkers
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding voor onterecht voorarrest wegens ongewenst verklaarde vreemdeling
De verzoeker werd aanvankelijk veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 dagen wegens verblijf als ongewenst verklaarde vreemdeling in Nederland, strafbaar gesteld in artikel 197 Sr Pro. Dit vonnis werd door het hof op 4 juli 2019 vernietigd en het OM niet-ontvankelijk verklaard, mede vanwege een lopende prejudiciële vraag bij het HvJ EU over de verenigbaarheid van artikel 197 Sr Pro met de Terugkeerrichtlijn.
Na het arrest van het HvJ EU op 17 september 2020 en de daaropvolgende uitspraak van de Hoge Raad op 1 december 2020 bleek dat artikel 197 Sr Pro een toegankelijke en voorzienbare strafbaarstelling bevat voor gekwalificeerd illegaal verblijf. Desondanks oordeelde het hof dat de verzoeker niet redelijkerwijs kon vermoeden dat hij strafbaar handelde, omdat hij niet was aangeslagen om Nederland te verlaten en zijn verblijfsvergunning pas met terugwerkende kracht was ingetrokken.
De verzoeker zat van 4 tot 12 november 2015 in voorlopige hechtenis. Gezien de omstandigheden achtte het hof gronden van billijkheid aanwezig voor toekenning van een schadevergoeding voor het door hem ondergane voorarrest. Het hof hanteerde een vergoedingsmaatstaf van €105 per dag in beperkingen en €80 per dag zonder beperkingen, wat resulteerde in een totale vergoeding van €690.
Het verzoek om schadevergoeding werd daarom toegewezen en de Staat werd bevolen het bedrag aan de verzoeker te betalen.
Uitkomst: Het hof kent een schadevergoeding van €690 toe aan de verzoeker voor het door hem ondergane voorarrest.