ECLI:NL:GHDHA:2020:2932
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- A.E.A.M. van Waesberghe
- H.P.Ch. van Dijk
- C.H.M. Royakkers
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding voor onterecht voorarrest wegens ongewenstverklaring vreemdeling
De verzoeker, een ongewenst verklaarde vreemdeling, zat van september 2015 tot februari 2016 in voorlopige hechtenis op verdenking van (poging) diefstal met braak en overtreding van artikel 197 Sr Pro. In een eerdere uitspraak werd hij vrijgesproken van diefstal en veroordeeld voor het strafbaar feit van illegaal verblijf ondanks een inreisverbod. Dit vonnis werd later door het hof vernietigd en het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard vanwege procedurele redenen.
Het Hof overwoog dat de verzoeker niet wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat hij zich schuldig maakte aan het strafbare feit van artikel 197 Sr Pro, omdat zijn beschikking tot ongewenstverklaring geen inreisverbod inhield. De Hoge Raad en het HvJ EU bevestigden de rechtmatigheid van de strafbaarstelling, maar dit was niet van toepassing op de verzoeker.
Gezien de vrijspraak en de omstandigheden achtte het hof gronden van billijkheid aanwezig voor toekenning van schadevergoeding voor het gehele voorarrest. De vergoeding werd berekend op basis van een dagtarief van €105 voor dagen in beperkingen en €80 voor dagen zonder beperkingen, resulterend in een totaalbedrag van €13.790.
Het hof wees het verzoek toe en beval de betaling van de schadevergoeding ten laste van de Staat, waarmee het verzoeker compenseert voor het onterecht ondergane voorarrest.
Uitkomst: Het hof kent een schadevergoeding van €13.790 toe voor het onterecht ondergane voorarrest.