ECLI:NL:GHDHA:2020:2933
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- J.T. Sanders
- U.E. Tromp
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen naheffingsaanslag en boetebeschikking omzetbelasting wegens ontbrekende administratie
Belanghebbende was eigenaar van een stoeterij en deed over de jaren 2013-2017 aangifte omzetbelasting met teruggaven. De Inspecteur startte een boekenonderzoek waarbij belanghebbende zijn administratie kwijt was geraakt door diefstal uit zijn auto. Belanghebbende kon geen kopieën of back-ups overleggen en reageerde nauwelijks op verzoeken om informatie.
De Rechtbank vernietigde de boetebeschikking wegens onvoldoende bewijs voor opzet of grove schuld, maar verklaarde het beroep verder ongegrond. In hoger beroep bevestigde het Hof de naheffingsaanslag en belastingrente, maar oordeelde dat belanghebbende onvoldoende bewijs leverde en zijn verklaringen ongeloofwaardig waren.
Het Hof stelde dat het ontbreken van administratie en het niet kunnen leveren van bewijs voor de aftrek van voorbelasting voor rekening van belanghebbende komt. De Inspecteur mocht een boete opleggen wegens grove schuld. Het incidentele hoger beroep van de Inspecteur werd gegrond verklaard en het hoger beroep van belanghebbende ongegrond.
Het Hof vernietigde de uitspraak van de Rechtbank en bevestigde de aanslag en boete. Proceskosten werden niet toegewezen. Belanghebbende had meerdere kansen gehad om bewijs te leveren, maar heeft dit nagelaten en zijn gedrag werd als obstructief beoordeeld.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het incidentele hoger beroep van de Inspecteur gegrond, waarbij naheffingsaanslag en boetebeschikking worden bevestigd.