ECLI:NL:HR:2011:BN6350
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- P. Lourens
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt boeten en verhogingen in vermogensbelasting wegens onjuiste bewijslastverdeling
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen en boeten opgelegd over de jaren 1991 tot en met 2000 wegens het niet aangeven van buitenlandse bankrekeningen. De Inspecteur baseerde zich op modelmatige berekeningen en de omkering van de bewijslast omdat belanghebbende niet meewerkte aan het verstrekken van gegevens. Het hof had de beroepen van belanghebbende deels gegrond verklaard, maar liet de boeten grotendeels in stand.
De Hoge Raad oordeelt dat de omkering van de bewijslast niet mag leiden tot een bewijsvermoeden dat de belanghebbende het beboetbare feit heeft gepleegd. De Inspecteur moet het bewijs leveren dat belanghebbende daadwerkelijk onjuiste aangiften heeft gedaan. Het modelmatige correctiemodel is aanvaardbaar als het redelijk en niet willekeurig is, maar de factor 1,5 vermenigvuldiging is onhoudbaar.
Verder is geoordeeld dat stukken die laat in de procedure zijn ingebracht buiten beschouwing mogen blijven vanwege de goede procesorde. De Hoge Raad vernietigt het hofsoordeel over de boeten en verhogingen voor 1991-1998 en verwijst de zaak terug naar het hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest. Kosten van het cassatiegeding worden aan de Staat opgelegd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt gegrond verklaard, de boeten en verhogingen voor 1991-1998 worden vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar het hof.