ECLI:NL:GHDHA:2020:369
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslag loon uit dienstbetrekking ondanks VOF-oprichting in 2014
Belanghebbende, bestuurder van een stichting en in dienst bij een Holding, stelde dat zijn dienstbetrekking per 1 januari 2014 was beëindigd vanwege de oprichting van een vennootschap onder firma (VOF) met terugwerkende kracht. De Inspecteur had echter loon uit dienstbetrekking van €33.282 in aanmerking genomen voor het jaar 2014 en daarop een aanslag opgelegd.
De Rechtbank Den Haag oordeelde dat de VOF fiscaal-juridisch pas per 1 oktober 2014 was aangegaan en dat de dienstbetrekking niet was beëindigd per 1 januari 2014. Het Gerechtshof bevestigde dit oordeel, omdat belanghebbende onvoldoende bewijs leverde dat de dienstbetrekking was beëindigd en de uitbetaalde bedragen in lijn lagen met eerdere jaren. Tevens had de Holding loonbelasting over deze bedragen afgedragen.
Het hof verwierp ook de stelling dat het gebruikelijk loon gemaximeerd moest worden vanwege verliezen in de BV met het fitnesscentrum. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat het bedrag van €33.282 als loon uit dienstbetrekking moet worden belast en verklaart het hoger beroep ongegrond.