ECLI:NL:GHDHA:2020:385
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verwijzing van civiele zaak naar gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens belangenverstrengeling
In deze civiele zaak was Baker Tilly Berk N.V. appellant tegen meerdere geïntimeerden, waaronder natuurlijke personen en vennootschappen gevestigd in Nederland en Cyprus. Tijdens de behandeling bleek dat een raadsheer-plaatsvervanger van het gerechtshof Den Haag betrokken was aan de zijde van de appellant, wat een belangenverstrengeling opleverde.
Om de onpartijdigheid en het vertrouwen in de rechtspraak te waarborgen, besloot het hof Den Haag dat behandeling door een ander gerechtshof wenselijk was. Op grond van artikel 62b van het Wetboek van Rechtsvordering werd de zaak verwezen naar het gerechtshof 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling.
Het arrest werd uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 10 maart 2020 door de raadsheren Arpeau, Flipse en Lenselink, in aanwezigheid van de griffier. De verwijzing betekent dat het gerechtshof Den Haag zich niet inhoudelijk over de zaak heeft uitgesproken, maar de procedure overdraagt aan een andere instantie.
Uitkomst: De zaak wordt verwezen naar het gerechtshof 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling vanwege belangenverstrengeling.