Partijen waren gehuwd van 2016 tot 2018. Na echtscheiding bepaalde de rechtbank dat de vrouw partneralimentatie aan de man moest betalen. De man werd in een strafzaak veroordeeld voor poging tot zwaar lichamelijk letsel en bedreiging van de vrouw, wat leidde tot een gevangenisstraf en schadevergoeding.
De man stelde in hoger beroep dat de vrouw onontvankelijk was in haar verzoek tot wijziging van de alimentatie, omdat de beschikking van 30 oktober 2017 in kracht van gewijsde was gegaan. De vrouw stelde dat de lotsverbondenheid was verbroken door het strafrechtelijk vonnis en dat zij pas tijdens de strafprocedure volledig op de hoogte was van de feiten.
Het hof oordeelde dat het strafrechtelijk vonnis als dwingend bewijs geldt en dat de wangedragingen van de man de lotsverbondenheid tussen partijen hebben verbroken. Hierdoor is de vrouw ontvankelijk in haar verzoek en dient het verzoek van de man tot partneralimentatie te worden afgewezen. Het hof bekrachtigde de bestreden beschikking en veroordeelde de man in de proceskosten van het hoger beroep.