Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 3 maart 2020
in de zaak met bovenvermeld zaaknummer van:
[appellant],
appellant,
nader te noemen: [appellant] of huurder,
STAATE BEHEER B.V.
hierna te noemen: Staate Beheer of verhuurster,
Het geding
- het procesdossier van de eerste aanleg
- het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 3 april 2018, dat is gewezen tussen (onder meer deze) partijen (hierna: het bestreden vonnis).
- de dagvaarding in hoger beroep van 26 juni 2018
- het tussenarrest van 11 september 2018, waarbij een comparitie na aanbrengen is gelast
- het proces-verbaal van de comparitie van 1 november 2018, met de daarin genoemde stukken
- de memorie van grieven (met producties)
- de memorie van antwoord (met producties).
Beoordeling van het hoger beroep
(1.1) Staate Beheer heeft aan [appellant] en [X] (hierna ook: huurders) een woning aan de Oudemansstraat 234 te Den Haag (hierna: de woning) verhuurd tegen een bij vooruitbetaling verschuldigde huurprijs van € 850,-- per maand.
(1.2) Huurders hebben een tijd lang, ondanks aanmaningen en sommaties, geen huur betaald. Tot en met de maand november 2017 bedroeg de huurachterstand € 5.100.
(1.3) [appellant] heeft diverse malen bij Staate Beheer geklaagd over gebreken aan de woning.
(1.4) Bij comparitie na aanbrengen in hoger beroep heeft Staate Beheer (als producties 1 en 2) aan het hof en de wederpartij haar reactie gegeven op de klachten van [appellant] (zie voor samenvatting klachten hierna rov. 3) en ook een schermprint overgelegd van haar elektronisch logboek met daarin klachtmeldingen en acties daarop.
De vordering, het verweer en de beslissing van de kantonrechter
a) ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde;
b) hoofdelijke veroordeling van huurders tot betaling:
- van de achterstallige huurpenningen van € 5.100,--, met wettelijke rente,
- vanaf 1 december 2017 van een maandelijkse vergoeding wegens huur dan wel
gebruik van de woning tot het moment van ontruiming, met wettelijke rente,
- van buitengerechtelijke incassokosten van € 665,50, en
- van de proceskosten.
Aan deze vorderingen heeft Staate Beheer, samengevat, ten grondslag gelegd dat huurders ondanks aanmaningen hun verplichtingen uit de huurovereenkomst niet nakomen en inmiddels een ernstige betalingsachterstand hebben laten ontstaan.
Op grond daarvan zijn voormelde vorderingen gerechtvaardigd.
De vordering van [appellant] in hoger beroep
Verdere beoordeling.
€ 1.552,89 in hoofdsom dat hij aan Staate Beheer moet betalen.
Dit beroep op verrekening wordt verworpen. Vastgesteld moet worden dat deze tegenvordering door Staate Beheer gemotiveerd is bestreden. Aangezien deze tegenvordering niet eenvoudig is vast te stellen, gaat het hof, gelet op het bepaalde in artikel 6:136 BW Pro aan dit beroep voorbij. Dit betekent dat [appellant] terecht (hoofdelijk met [X], die niet in appel is gekomen) is veroordeeld tot betaling van de volledige huurachterstand, met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.
Slotsom
Beslissing
- bekrachtigt het bestreden vonnis;
- veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van Staate Beheer tot op heden begroot op € 726,-- aan verschotten en € 1.518,-- aan salaris advocaat;
- verklaart dit arrest ten aanzien van de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af het meer of anders gevorderde.