Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 31 maart 2020
Hoogeland Vastgoed B.V.,
de Gemeente Westland,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
“Gegeven dat:
de gemeenteraad bij besluit van 23 juni 2010 het Bestemmingsplan Hoogeland en het Exploitatieplan Hoogeland Deelgebied II heeft vastgesteld;
de gemeenteraad bij besluit van 22 november 2011 het Exploitatieplan Hoogeland Deelgebied II (Herziening 2011) heeft vastgesteld;
de partijen in het kader van het plangebied Hoogeland, het bij Hoogeland Vastgoed BV in eigendom zijnde perceel, kadastraal bekend gemeente Naaldwijk, sectie E, nummer 5182 gelegen in Hoogeland deelgebied 2B tot ontwikkeling willen brengen ten behoeve van de bouw van 16 koopwoningen (12 twee onder één kapwoningen en 4 semi-vrijstaande woningen);
de partijen de bepalingen uit het Exploitatieplan Hoogeland Deelgebied II nader willen uitwerken in een posterieure overeenkomst, als bedoeld in afdeling 6.4 Wet ruimtelijke ordening;
de ontwikkelaar de gemeente heeft verzocht om medewerking te willen verlenen aan de realisering van de in het exploitatiegebied voorziene bebouwing;
de ontwikkelaar bereid is met de gemeente een posterieure overeenkomst op grond van de hiervoor genoemde wetgeving aan te gaan.
Artikel 2 – Doel van de overeenkomst.
Artikel 7 – Bijdragen en rentebeding.
“Wij zijn op dit moment bezig met een herfinanciering van een project/ gronden, hieruit kunnen wij dan de nota 108666 ad. € 700.000,- voldoen.”
“Wij hebben alle stukken betreffende Hoogeland Vastgoed B.V. nogmaals op een rijtje gezet en ook met onze adviseurs nog eens goed doorgenomen en wij komen tot de conclusie dat het betalen van de exploitatiebijdrage zoals reeds gefactureerd niet kan plaatsvinden totdat er een eindafrekening is en ons daarmee volledig duidelijkheid geeft over de definitieve exploitatieopzet.”
- € 700.000,- te vermeerderen met de contractuele rente van 4,39% over dat bedrag vanaf 16 augustus 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 519.706,- te vermeerderen met de contractuele rente van 4.39% over dat bedrag vanaf 1 januari 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 3.211,- aan beslagkosten;
- de proceskosten.
Grief Iis gericht tegen de conclusie van de rechtbank dat het uitgangspunt van een gefixeerde exploitatiebijdrage meebrengt dat, indien geen afrekenbeding is overeengekomen, niet van de overeengekomen exploitatiebijdrage kan worden afgeweken. De grief richt zich tevens tegen het oordeel dat uit artikel 6.16 Wro niet iets anders volgt. Hoogeland voert aan dat uit artikel 6.16 Wro volgt dat een ruimtelijke ontwikkeling financieel haalbaar moet zijn en dat de Gemeente de kosten voor de ontwikkeling slechts mag verhalen tot maximaal het bedrag van de opbrengsten. Met
grief IIkomt Hoogeland op tegen het oordeel van de rechtbank dat er geen sprake is van strijdigheid met de in de Wro opgenomen verhaalsystematiek en dat het uiteindelijke negatieve exploitatieresultaat, bij gebreke van een afrekenbeding, voor rekening van Hoogeland komt.
Grief IIIricht zich tegen het oordeel dat partijen nadere afspraken hebben gemaakt, “zoals weergegeven in de e-mail van 19 mei 2015”.
Grief IVis gericht tegen de verwerping van het bewijsaanbod van Hoogeland en
grief Vkomt op tegen de uitgesproken veroordeling als zodanig.
Beslissing
- bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Den Haag van 21 maart 2018;
- veroordeelt Hoogeland in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van de Gemeente tot op heden begroot op € 5.270,- aan verschotten en € 5.501,- aan salaris advocaat en op € 157,- aan nasalaris voor de advocaat, nog te verhogen met € 82,- indien niet binnen veertien dagen na aanschrijving in der minne aan dit arrest is voldaan en vervolgens betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden, en bepaalt dat deze bedragen binnen 14 dagen na de dag van de uitspraak dan wel, wat betreft het bedrag van € 82,--, na de datum van betekening, moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan deze bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf het einde van genoemde termijn van 14 dagen;
- verklaart dit arrest ten aanzien van de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.