Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 14 april 2020
[appellant] ,
CBR Fashion GmbH,
CBR Fashion Holding GmbH,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
Anders dan [appellant] meent, is in de hoofdprocedure uitsluitend de grondslag van de aansprakelijkheid van Street-One beoordeeld en vastgesteld, en niet tevens die van eventuele andere schuldenaren zoals mogelijk CBR Fashion c.s.. Mogelijke andere schuldenaren waren immers geen partij in die procedure omdat [appellant] hen niet in rechte had betrokken.
Beslissing
In het principaal en incidenteel appel:
- bekrachtigt het tussen partijen gewezen incidenteel vonnis van de rechtbank Den Haag van 11 juli 2018, voor zover gewezen tussen partijen;
- veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in het principaal hoger beroep, aan de zijde van CBR Fashion c.s. tot op heden begroot op € 726,- aan griffierecht en € 1.611,- aan salaris advocaat (1,5 punt tarief II);
- veroordeelt CBR Fashion c.s. in de kosten van het geding in het incidenteel hoger beroep, aan de zijde van [appellant] tot op heden begroot op € 537,- aan salaris advocaat (0,5 punt tarief II) en op € 157,- aan nasalaris voor de advocaat, nog te verhogen met € 82,- indien niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan dit arrest is voldaan en vervolgens betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden;
- verklaart dit arrest ten aanzien van de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst het meer of anders gevorderde af.