Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
1.Het verloop van het geding
2.Ontvankelijkheid in beroep
ACHMEA ZORGVERZEKERINGEN N.V.Als rechtsopvolger van
ZILVEREN KRUIS ZORGVERZEKERINGEN N.V.”
3.Inleiding
de specialistische geestelijke gezondheidszorg;
de met de behandeling gepaard gaande verpleging;
de bij de behandeling behorende geneesmiddelen, hulpmiddelen en verbandmiddelen.
- x) Bij brief van 18 december 2014 heeft Zilveren Kruis aan [client 1] onder meer het volgende geschreven:
- xi) Bij brief van 7 januari 2015 heeft Zilveren Kruis aan [client 2] onder meer het volgende geschreven:
De nota is uitgeschreven door [appellante], psycholoog NIP. De nota moet uitbetaald worden aan [appellante].
Een psycholoog NIP mag geen nota voor geestelijke gezondheidszorg indienen die uit de basisverzekering betaald wordt.
Deze zorgverlener mag niet met een Diagnose Behandel Code declareren.
Het is niet voldoende dat [naam psychiater] verklaart dat hij/zij als professioneel zorgverlener eindverantwoordelijk was voor de behandeling.”
4.Beoordeling van het hoger beroep
.Voor zover vereist is in de vaststellingsovereenkomst de vordering van [betrokkene] op de cliënt overgedragen aan [appellante]. Uit de vaststellingsovereenkomst volgt dat het [appellante] vrij staat de desbetreffende DBC’s bij de zorgverzekeraar te declareren. Dat rechten van [betrokkene] uit hoofde van de betaalovereenkomst op [appellante] zijn overgegaan, blijkt niet uit de vaststellingsovereenkomst. Het beroep van [appellante] op art. 3:307 BW Pro faalt reeds daarmee. De stellingen van Zilveren Kruis dat de vaststellingsovereenkomst tussen de curator van [betrokkene] en [appellante] geen (geldige) akte van cessie is en dat de cessie tussen [client 1] en [betrokkene] onvoldoende bepaalbaar is, behoeven dus niet te worden behandeld.
nietzou hebben gedeclareerd bij Zilveren Kruis. Het hof is dan ook van oordeel dat [appellante] het bewijs heeft geleverd dat [client 2] de factuur van [appellante] omstreeks eind 2014 bij Zilveren Kruis heeft gedeclareerd. De vordering ter zake van [client 2] is dus niet verjaard.
Stb.1998, 155 (Besluit houdende regels inzake de opleiding tot en de deskundigheid van de psychotherapeut) kan de Minister opleidingsinstellingen aanwijzen die een opleiding tot psychotherapeut verzorgen die naar zijn oordeel voldoet aan de in het Besluit genoemde criteria. Nadat een dergelijke opleiding met goed gevolg is afgerond kan betrokkene zich onder de beroepstitel psychotherapeut in het register laten inschrijven.
5.Beslissing
- verwijst de zaak naar de rol van zes weken na heden voor het nemen van memorie aan de zijde van [appellante] met het doel zoals vermeld in de rechtsoverwegingen 4.4.5 en 4.8.16 van dit arrest;
- houdt iedere verdere beslissing aan.