Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 19 mei 2020
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
worden uitgevoerd (...)
"SCHULDREGELING
1. Pro Vitae Holding B.V.(...), rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar directeur, de heer [appellant] ,
hierna te noemen: partij 1.
2. [geïntimeerde 1] , (…)
zulks voor een som van ad € 37.500,- (...);
van [geïntimeerde 1] aan [appellant] op 6 maart 2015 om 19:24 uur:
van [geïntimeerde 1] aan [appellant] op 10 februari 2016:
In grief 1 voert [appellant] aan dat, anders dan de rechtbank heeft aangenomen, de onder 2.12 vermelde e-mail van 3 december 2014 niet in kopie aan hem is gestuurd, althans dat hij die niet heeft ontvangen. Het e-mailadres [e-mailadres] is volgens [appellant] een oud e-mailadres van hem uit de tijd dat hij nog bij Netwerk Support Noord BV werkte. Dit e-mailadres is nog steeds gekoppeld aan het (privé) e-mailadres van [appellant] , maar [appellant] heeft sinds begin 2014 geen toegang meer tot de e-mailbox van Netwerk Support Noord BV. De nog altijd aanwezige koppeling heeft volgens [appellant] tot gevolg dat uitgaande e-mails die hij stuurt vanaf zijn privé mailadres afkomstig lijken van het e-mailadres [e-mailadres] , maar dat e-mails die worden verzonden naar dit laatste e- mailadres niet bij [appellant] terecht komen maar belanden in de e-mailbox van Netwerk Support Noord BV waartoe hij geen toegang meer heeft. [betrokkene 1] was hiervan op de hoogte, en heeft kennelijk bewust het e-mailadres [e-mailadres] gebruikt zodat [appellant] van de e-mail geen kennis zou kunnen nemen. [appellant] ontkent dat door hem, zoals in de e-mail is vermeld, in november/december 2014 enige betalingstoezegging jegens Nexus is gedaan. [appellant] wist op dat moment niet eens dat Nexus de lening aan Castrum c.s. had verstrekt, daar kwam hij pas achter nadat hij per 1 februari 2015 de aandelen in Castrum Financial van [betrokkene 1] had verkregen, aldus [appellant] .
e-mails vanaf zijn privé mailadres als afzender weliswaar het e-mailadres [e-mailadres] vermelden, maar dat hij e-mails die verzonden worden aan dit laatste mailadres niet kan ontvangen, is zonder nadere toelichting of onderbouwing – die ontbreekt – ongeloofwaardig. Dit zou immers betekenen dat als [appellant] iemand een e-mail stuurt, hij de reactie van diegene op zijn e-mail niet ontvangt en dus niet kan lezen. Indien dit al het technische gevolg kan zijn van het bestaan van een koppeling tussen de beide mailadressen, dan is een dergelijke situatie dermate onpraktisch dat [appellant] de koppeling zeker snel zou hebben laten verwijderen, en deze niet sinds begin 2014 gewoon zou hebben laten voortduren. [geïntimeerden] wijzen er bovendien in hun memorie van antwoord terecht op dat uit de overgelegde mailcorrespondentie tussen [appellant] en [geïntimeerde 1] (productie 24 bij dagvaarding en productie 9 bij memorie van antwoord) blijkt dat [appellant] de door [geïntimeerde 1] gegeven antwoorden op zijn e-mails wel degelijk heeft gelezen, zodat het betoog van [appellant] niet juist kan zijn. Grief 1 wordt daarmee verworpen. Het hof gaat er dan ook net als de rechtbank van uit dat de onder 2.12 vermelde e-mail van 3 december 2014 door [appellant] is ontvangen.
"Beste [appellant] , [geïntimeerde 1] , (CC [betrokkene 1] )”. Hij stelt verder dat hij zich ook niet kan voorstellen dat deze e-mail daadwerkelijk aan hem is verzonden, omdat hij op 9 december 2014 helemaal geen gesprek met [betrokkene 2] heeft gehad.
“Cash Transfer deal”met een grote Europese bank, waarmee een zeer grote winst kon worden behaald, zodat aan Nexus binnen een termijn van 30 dagen een bedrag zou worden terugbetaald van € 1.000.000,-, en na 90 dagen zelfs een bedrag kon worden verwacht van € 10.000.000,-. Vast staat eveneens dat het door Nexus gestorte bedrag van € 500.000,-, ondanks diverse toezeggingen, niet aan Nexus is terugbetaald. [appellant] heeft niet betwist dat er sprake is geweest van oplichting. Hij stelt echter dat hij bij deze oplichting niet betrokken is geweest, maar dat dit uitsluitend [betrokkene 1] is geweest en dat hij zelf ook slachtoffer van [betrokkene 1] is geworden.
Beslissing
in zoverre opnieuw rechtdoende:
- veroordeelt [appellant] tot betaling aan Nexus Beheer van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over voormeld bedrag van € 500.000,- met ingang van 15 september 2014 tot de dag van volledige betaling;
- bekrachtigt het vonnis voor het overige;
- veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerden] tot op heden begroot op € 5.270,- aan griffierecht en € 14.034,- aan salaris advocaat (3 punten tarief VII);
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.