Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN
toegedeeld, onder de verplichting om het op de peildatum aanwezige saldo van € 2.501,-
bij helfte met de man te delen;
[bankrekeningnummer 3] aan de vrouw worden toegedeeld, onder de verplichting om het
op de peildatum aanwezige saldo van € 15.033,22 bij helfte met de man te delen;
[bankrekeningnummer 5] met de daarop aanwezige saldi aan de man worden toegedeeld,
onder de verplichting om aan de vrouw € 113.824,27 te vergoeden;
bij helfte tussen partijen moeten worden verdeeld;
onder de verplichting om het saldo van € 99.580,14 bij helfte met de man te delen;
) bij helfte tussen partijen moeten worden verdeeld;
) tot een bedrag van in totaal € 47.334,78 bij helfte tussen partijen
moet worden verdeeld;
verdeeld;
waarbij de vermogensopbouw tot een bedrag van € 50.000,- bij helfte tussen partijen moet
worden verdeeld.
BEOORDELING VAN HET PRINCIPALE EN HET INCIDENTELE HOGER BEROEP
dient toe te komen en dat ook het pensioen van de man dat hij bij [werkgever 2] heeft
opgebouwd van 3 maart 2019 tot en met 26 augustus 2019 aan de vrouw volledig toekomt;
[huwelijksdatum] 2005 tot aan 18 december 2018) opgebouwde pensionaanspraken bij [naam pensioenfonds]
, te weten € 426.347,61, met pensioennummer [nummer 2] aan de vrouw
worden toegescheiden middels “pension sharing” en te bepalen dat 50% van de waarde van de
door de man gedurende het huwelijk van partijen bij [werkgever 2] opgebouwde
pensioenrechten tot en met 26 augustus 2019 met de vrouw dienen te worden verrekend;
(van [huwelijksdatum] 2005 tot aan 18 december 2018) opgebouwde pensionaanspraken bij [naam pensioenfonds]
, te weten € 426.347,61, met pensioennummer [nummer 2] aan de vrouw
worden toegescheiden middels “pension sharing” en te bepalen dat de helft van de door de man
gedurende het huwelijk van partijen (van [huwelijksdatum] 2005 tot aan 26 augustus 2019) opgebouwde
pensioenaanspraken bij [werkgever 2] aan de vrouw worden toegescheiden middels “pension
sharing”;
rechtbank opgesomd op bladzijde twee van de bestreden beschikking, te bepalen dat naar
Texaans recht een groter deel dan 50% van de gemeenschappelijke bezittingen aan de vrouw
zal worden toegescheiden en subsidiair, een verdeling van de gemeenschappelijke bezittingen
op de peildatum 17 april 2019, zoals het hof in goede justitie juist acht;
gedurende het huwelijk aan gemeenschapsgelden heeft onttrokken voor zijn eigen
privédoeleinden en meer subsidiair een bedrag zoals het hof in goede justitie juist acht;
afgesloten in maart 2002, derhalve voorafgaande aan het huwelijk, zonder verrekening met de
man mag behouden;
die de man in het verleden over de huwelijkse periode vanaf de jaren 2014, 2015 en 2016 heeft
opgebouwd nu de man, tot op heden, op geen enkele wijze de vrouw inzage heeft willen geven
in zijn belastingaangiften over de genoemde jaren en meer subsidiair een beslissing te nemen
zoals het hof in goede justitie juist acht;
vrouw bij de procedure voor het hof bestaande uit haar tolkkosten voor de zitting, haar
griffierechten van € 324,- en de kosten van haar advocaat, nader op te maken bij staat, en
subsidiair, dat de vrouw gecompenseerd zal worden voor het verschil tussen de door de man
van de gemeenschappelijke rekening betaalde advocaatkosten en de advocaatkosten van de
zijde van de vrouw, althans een zodanige beslissing als het hof in goede justitie juist acht.
grieven te verwerpen en het beroep ongegrond te verklaren, met bekrachtiging van de
bestreden beschikking;
geveste aandelen [werkgever 1] ( [naam aandelen 4] ), en, opnieuw
rechtdoende, te bepalen dat de aandelen aldus worden verdeeld dat op het moment van vesten
aan ieder van partijen de helft van de aandelen die tot de “community property” behoren
wordt toegedeeld, onder verwijzing naar randnummers 75 en 76 voor de berekening van de
aandelen die tot de “community property” behoren;
€ 71.428,83. Zij stelt dat de rechtbank dan ook ten onrechte heeft geoordeeld dat de man een vergoedingsrecht heeft jegens de gemeenschap.