De rechtbank Den Haag heeft op 24 december 2019 een beschikking gegeven inzake de verdeling van het huwelijksvermogen en de pensioenaanspraken tussen partijen die zijn gescheiden op 17 april 2019. De procedure betrof de afwikkeling van de gemeenschap en pensioenrechten, waarbij Texaans recht van toepassing is. De rechtbank hanteerde de peildatum van de echtscheiding voor de waardebepaling van de vermogensbestanddelen.
Partijen hadden verschillende standpunten over de wijze van verdeling, waarbij de vrouw een afwijking van de verdeling bij helfte vorderde, onder meer voor het pensioen en compensatie voor vermeende onttrekkingen en kosten. De man stelde zich op het standpunt dat een verdeling bij helfte redelijk is, met inachtneming van alimentatieverplichtingen en gemaakte afspraken over schoolkosten.
De rechtbank oordeelde dat er geen reden was om af te wijken van een verdeling bij helfte van de gemeenschap, ook niet vanwege de door de vrouw aangevoerde gedragingen of vermeende verduistering. Diverse vermogensbestanddelen, waaronder bankrekeningen, aandelen, een kapitaalverzekering en pensioenrechten, werden beoordeeld en toegedeeld met de verplichting tot verdeling bij helfte, met uitzondering van privévermogen zoals bepaalde aandelen die de vrouw vóór het huwelijk had.
De tijdens het huwelijk opgebouwde pensioenaanspraken bij [naam werkgever Y] werden voor 50% aan de vrouw toegewezen middels pension sharing. Verzoeken van de vrouw tot volledige toedeling van pensioen en compensatie voor belastingschulden en advocaatkosten werden afgewezen. De proceskosten werden door partijen zelf gedragen.