ECLI:NL:GHDHA:2021:1056
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen nihilaanslag erfbelasting
Belanghebbende kreeg een nihilaanslag erfbelasting opgelegd na het overlijden van erflater. Tegen deze aanslag werd bezwaar gemaakt, dat door de Inspecteur werd afgewezen. De Rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat belanghebbende geen belang had bij het bezwaar, aangezien de aanslag nihil was en geen rente of boete was opgelegd.
Belanghebbende ging in hoger beroep tegen deze beslissing. Het Hof bevestigde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard, omdat het bezwaar geen vermindering van de aanslag kan bewerkstelligen. Het Hof benadrukte dat het hoger beroep zich uitsluitend richt op de nihilaanslag en niet op de navorderingsaanslag, waartegen apart bezwaar openstaat.
Verder overwoog het Hof dat de Inspecteur verplicht was belanghebbende te informeren over het indienen van bezwaar tegen de navorderingsaanslag. Indien dit niet is gebeurd, kan een termijnoverschrijding bij het indienen van dat bezwaar verschoonbaar zijn. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar tegen de nihilaanslag erfbelasting wordt niet-ontvankelijk verklaard.