Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
BESLISSING
spreekt de verdachtedaarvan
vrij.
Gerechtshof Den Haag
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor bedreiging met een mes richting het slachtoffer op 13 februari 2019. In hoger beroep heeft het hof het vonnis vernietigd en de verdachte vrijgesproken. De aangifte en de verklaring van de moeder van het slachtoffer vormden het belangrijkste bewijs, maar voldeden niet aan het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, Sv, omdat de verklaring van één getuige onvoldoende steun vond in ander bewijs.
De moeder van het slachtoffer kon slechts vaag geluid horen tijdens een telefoongesprek en gaf geen concrete details over de bedreiging of de gemoedstoestand van het slachtoffer. De verklaring van de verdachte ontkende de bedreiging, en de erkenningen die hij deed boden onvoldoende steun voor de aantijging. Ook werd vastgesteld dat de inbeslagname van wapens en munitie niet in verband stond met de bedreiging, zodat het hof hierover geen beslissing nam.
Het hof concludeerde dat het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend was bewezen en sprak de verdachte vrij. Dit arrest is gewezen door drie rechters en uitgesproken op 23 juni 2021.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van bedreiging.