ECLI:NL:HR:2007:BA7657
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Beslissing over beslag op boormachine bij ad-informandum feit niet vereist
In deze strafzaak stond centraal of het hof verplicht was een beslissing te nemen over een boormachine die in beslag was genomen in verband met een ad-informandum feit. Het hof had vastgesteld dat de verdachte dit feit had ontkend en dat het feit niet was betrokken bij de strafoplegging. De verdachte had tegen het niet nemen van een beslissing over het beslag cassatie ingesteld.
De Hoge Raad bevestigde dat volgens de vaste jurisprudentie het hof geen beslissing hoeft te nemen over voorwerpen die verband houden met een ad-informandum feit dat niet bij de strafoplegging wordt betrokken. Artikel 353 van Pro het Wetboek van Strafvordering is in dit geval niet van toepassing omdat de strafzaak tegen de verdachte door oplegging van straf is beëindigd zonder dat het ad-informandum feit daarin is betrokken.
Het hof had de verdachte vrijgesproken van het hoofdbestanddeel en veroordeeld voor opzetheling, met een gevangenisstraf van acht maanden waarvan twee voorwaardelijk. Tevens werd een schadevergoeding van €27,50 toegewezen. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de uitspraak van het hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het hof hoefde geen beslissing te nemen over het beslag op de boormachine bij het ad-informandum feit.