ECLI:NL:GHDHA:2021:1375
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep afgewezen tegen verzoek tot faillietverklaring wegens ontbreken vorderingsrecht
Tres Invest verzocht de rechtbank Rotterdam om [verweerster] failliet te verklaren wegens het niet nakomen van een huurovereenkomst. De rechtbank wees dit verzoek af omdat niet summierlijk was gebleken van een vorderingsrecht en van het feit dat [verweerster] haar betalingen had gestaakt.
In hoger beroep stelde Tres Invest dat haar vordering gebaseerd was op een huurovereenkomst met Jovanic, maar het hof oordeelde dat deze overeenkomst niet door Tres Invest was gesloten, maar door [bestuurder Tres Invest] en [betrokkene]. De stelling dat Tres Invest als verhuurder moest worden beschouwd omdat zij de huur ontving, werd verworpen.
Ook de brief van Tres Invest betreffende huuropzegging werd door [verweerster] gemotiveerd betwist, inclusief de authenticiteit van de handtekening. Het hof concludeerde dat het hoger beroep geen doel had en bekrachtigde de beschikking van de rechtbank.
Tres Invest werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van het gerechtshof Den Haag op 5 juli 2021.
Uitkomst: Het gerechtshof bekrachtigt de afwijzing van het faillissementsverzoek omdat Tres Invest geen vorderingsrecht op [verweerster] heeft aangetoond.