ECLI:NL:GHDHA:2021:1503
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter en niet-ontvankelijkheid verlenging ondertoezichtstelling minderjarigen
De gecertificeerde instelling heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Den Haag die zich onbevoegd verklaarde kennis te nemen van het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van vier minderjarigen. De moeder en de ex-partner zijn belanghebbenden in de zaak. De kern van het geschil betreft de vraag of de Nederlandse rechter bevoegd is, gelet op de gewone verblijfplaats van de minderjarigen.
Het hof heeft vastgesteld dat de minderjarigen op het moment van het indienen van het verzoek hun gewone verblijfplaats in Nederland hadden. Dit volgt uit diverse feiten, waaronder het Nederlandse nationaliteit, geboorteplaats, schoolgang, familiale banden en het feit dat de moeder en de kinderen sinds december 2020 weer in Nederland verblijven. De eerdere stelling van de moeder dat de gewone verblijfplaats in België was, wordt verworpen.
Het hof vernietigt daarom de beschikking van de rechtbank die de rechter onbevoegd had verklaard. Inhoudelijk oordeelt het hof dat verlenging van een ondertoezichtstelling waarvan de termijn is verlopen niet mogelijk is; een dergelijke verlenging met terugwerkende kracht kent de wet niet. De gecertificeerde instelling wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot verlenging. Tevens wordt het mondeling ingediende verzoek van de raad tot voorlopige ondertoezichtstelling afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid omdat dit verzoek niet in eerste aanleg is gedaan.
De beschikking is uitgesproken door het hof Den Haag op 4 augustus 2021 en vernietigt de eerdere beschikking, verklaart de Nederlandse rechter bevoegd en wijst de verzoeken af.
Uitkomst: De Nederlandse rechter is bevoegd, maar het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens verlopen termijn.