Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Zaaknummer rechtbank : C/10/536806 / HA ZA 17-967
arrest van 11 mei 2021
[appellant] ,
Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
De verdere beoordeling van het hoger beroep
Nu aan het criterium is voldaan biedt ook artikel 106a lid 1 sub c Fw aanleiding om een bestuursverbod op te leggen.
Kamerstukken II2013/14, 34011, 3, p.17). De in aanmerking te nemen schending van de publicatieplicht door [appellant] betreft derhalve alleen de jaarrekeningen van CSH Uitzendbureau (en niet van zijn andere vennootschappen, zoals de curator betoogt). De te late publicatie van de jaarrekeningen over 2013 en 2014 van CSH Uitzendbureau speelt met name in de periode vóór 1 juli 2016 en kan dus slechts voor zover deze aan de periode ná 1 juli 2016 kan worden gerelateerd meegenomen worden. Van ernstige schending van de medewerkings- en informatieplicht is weliswaar vanaf aanvang faillissement sprake, maar dit rechtvaardigt - gelet op het voorgaande en het feit dat [appellant] wel een deel van de fysieke administratie aan de curator heeft overhandigd - niet een bestuursverbod voor de maximale periode. Grief 1 is daarom ongegrond.
Beslissing
- vernietigt het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 14 november 2018, voor zover daarbij de gevorderde dwangsom is afgewezen;
- bekrachtigt dit vonnis voor het overige;