Belanghebbende werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting van €120.000 en een beschikking belastingrente van €8.520. Na handhaving door de Inspecteur en een ongegrond verklaard beroep bij de Rechtbank, stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof Den Haag.
Tijdens de mondelinge behandeling op 24 juni 2021 bereikten partijen een compromis. Zij kwamen overeen dat de naheffingsaanslag en de belastingrente vernietigd zouden worden en dat iedere partij haar eigen proceskosten zou dragen.
Het Hof volgde dit compromis en besloot de uitspraak van de Rechtbank en de uitspraak op bezwaar te vernietigen. Tevens werd bepaald dat belanghebbende het betaalde griffierecht van in totaal €886 vergoed krijgt. De uitspraak werd op 15 juli 2021 in het openbaar uitgesproken.