ECLI:NL:GHDHA:2021:1628
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- I. Reijngoud
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- A. Van Dongen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van verzuimboete en afwijzing individuele buitensporige last bij vermogensrendementsheffing
Belanghebbende werd voor het jaar 2016 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd met een aanzienlijk belastbaar inkomen uit werk en woning en uit sparen en beleggen. Tevens werd een verzuimboete opgelegd wegens het niet tijdig indienen van de aangifte. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag en boete, en stelde dat de vermogensrendementsheffing een individuele en buitensporige last vormde en dat de boete onterecht was opgelegd.
De Rechtbank oordeelde dat geen sprake was van een individuele en buitensporige last, gelet op de financiële situatie van belanghebbende, en dat de verzuimboete terecht was opgelegd. Het Gerechtshof bevestigde dit oordeel en oordeelde dat de motiveringsbeginselen niet waren geschonden. Het hof benadrukte dat de verzuimboete een discretionaire bevoegdheid is en niet afhankelijk is van schuld of opzet.
Belanghebbende had geen feiten of omstandigheden aangevoerd die tot een ander oordeel konden leiden. Het hof wees ook het beroep af dat de vermogensrendementsheffing onredelijk was vanwege het fictieve rendement. De verzuimboete werd passend en geboden geacht, mede vanwege het stelselmatige karakter van het verzuim. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de verzuimboete wordt bevestigd.