Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 4 mei 2021
[appellant] ,
[geïntimeerde] ,
De zaak in het kort
Het verloop van de procedure
- het procesdossier van de procedure bij de rechtbank, waaronder de vonnissen van de rechtbank Den Haag van 19 december 2012, 2 oktober 2013 en 21 mei 2014;
- de dagvaarding in hoger beroep van 18 augustus 2014;
- de memorie van grieven van 23 april 2019, met producties;
- de memorie van antwoord tevens memorie van grieven in incidenteel appel van 2 juli 2019, met producties;
- de memorie van antwoord in incidenteel appel van 10 september 2019;
- de tijdens het op 12 oktober 2020 gehouden pleidooi door [appellant] en [geïntimeerde] overgelegde pleitnota’s, en de door [appellant] voor het pleidooi overgelegde producties 6 tot en met 9.
Feitelijke achtergrond van de zaak
- het appartementsrecht, rechtgevend op het gebruik van het dubbel bovenhuis op de eerste en tweede verdieping gelegen aan het [adres 1] te [plaatsnaam] ;
- het appartementsrecht, rechtgevend op het gebruik van een dubbel bovenhuis op de eerste en tweede verdieping met achterhuis gelegen aan het [adres 2] te [plaatsnaam] .
“te gebruiken als: bovenwoningen/beleggingsobject”.In de koopakte staat onder het kopje
“Garantieverklaringen van de verkoper”:
“Verkoper staat ervoor in dat het verkochte die eigenschappen bezit die nodig zijn voor een normaal gebruik als woning.”.
“Gebruik”opgenomen:
“Koper is voornemens de onroerende zaak, waarop het verkochte betrekking heeft te gebruiken als beleggingsobject, bestemd voor de verhuur. Verkoper heeft meegedeeld:
- dat het hem niet bekend is dat dit gebruik op publiek- of privaatrechtelijke gronden niet is toegestaan;
- dat het verkochte de eigenschappen bezit, die nodig zijn voor een normaal gebruik op die wijze.”.
- Bij brief van 21 mei 2010 schrijft de gemeente, naar aanleiding van [geïntimeerde] ’s verzoek om een beginseluitspraak voor het veranderen van het verkochte in 10 appartementen, dat zijn plan niet voldoet aan het Bouwbesluit op de volgende punten: mogelijkheid tot ontvluchting, rookmelders en beheersbaarheid van brand. Zowel het bestaande gedeelte als de nieuw te bouwen onderdelen voldoen niet.
- Bij brief van 24 september 2010 bericht de gemeente dat het door [geïntimeerde] ingediende beginselplan in strijd is met het bestemmingsplan voor wat betreft het gebruik van de woningen op de begane grond en de bebouwing die zich buiten de bouwstrook bevindt. De gemeente schrijft ook dat sprake is van strijd met het Bouwbesluit omdat de brandveiligheid niet voldoende is gewaarborgd. Er wordt niet alleen niet voldaan aan de nieuwbouweisen, maar ook niet aan de eisen voor bestaande bouw.
- Bij brief van 29 oktober 2010 laat de gemeente weten dat [geïntimeerde] het gebruik van de appartementen 1, 2, 3, 6 en 7 vóór 8 november 2010 dient te staken omdat de vluchtmogelijkheden in geval van brand zeer onveilig zijn. De gemeente deelt mee dat [geïntimeerde] dit kan voorkomen door voor die datum brandwerende voorzieningen te treffen.
- Bij brief van 16 november 2010 schrijft de gemeente dat [geïntimeerde] de staat van de woningen tijdelijk op het bestaande niveau van het Bouwbesluit dient te brengen. Dit om de woningen veilig te kunnen gebruiken tijdens de behandeling van de aanvraag voor een bouwvergunning. Die aanvraag is vereist omdat de woningen op dit moment illegaal zijn en deels in strijd met het van toepassing zijnde bestemmingsplan. Vervolgens somt de gemeente een reeks van maatregelen op die nodig zijn om de woningen tijdelijk op het bestaande niveau van het Bouwbesluit te brengen.
- Bij brief van 25 november 2010 met als onderwerp ‘voornemen tot opleggen van een last onder dwangsom vanwege illegale bouw [adres 1] en [adres 2] ’ bericht de gemeente dat zij voornemens is om handhavend op te treden omdat de 10 appartementen zonder vergunning zijn gemaakt.
- Bij besluit van 6 januari 2011 is de last onder dwangsom opgelegd om de overtreding te beëindigen. Meegedeeld wordt dat de overtreding beëindigd kan worden door de percelen [adres 1] en [adres 2] terug te brengen naar twee bovenwoningen. Ook wordt meegedeeld dat als [geïntimeerde] een volledige aanvraag indient voor een omgevingsvergunning (hof: voorheen bouwvergunning), de dwangsom niet wordt verbeurd totdat op die aanvraag is beslist.
De vordering van [geïntimeerde] en de beslissing van de rechtbank
primair:
- i) voor recht verklaart dat [appellant] inbreuk heeft gemaakt op de in de koopovereenkomst aan [geïntimeerde] verstrekte garantie inhoudende dat het verkochte geschikt is om te worden gebruikt als bovenwoning/beleggingsobject en toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen voortvloeiende uit de tussen partijen gesloten koopovereenkomst door appartementen te leveren die in strijd met de koopovereenkomst afgegeven garantie niet geschikt zijn om te worden gebruikt als bovenwoning/beleggingsobject conform de bedoelingen van partijen bij het aangaan van de overeenkomst;
- ii) voor recht verklaart dat de aan [geïntimeerde] geleverde appartementen niet beantwoorden aan de overeenkomst in de zin van artikel 7:17 BW Pro en dat [appellant] jegens [geïntimeerde] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen;
- iii) voor recht verklaart dat [appellant] aansprakelijk is voor de door [geïntimeerde] geleden en nog te lijden schade, nader op te maken bij staat;
- iv) [appellant] veroordeelt om aan [geïntimeerde] als voorschot op het te betalen bedrag te voldoen een bedrag van € 679.551,83, te vermeerderen met wettelijke rente;
subsidiair:
- i) de overeenkomst ten aanzien van de koopprijs gedeeltelijk ontbindt met vermindering van de koopprijs met de herstelkosten;
- ii) [appellant] veroordeelt tot betaling van een aanvullende schadevergoeding ex artikel 6:277 BW Pro, nader op te maken bij staat;
meer subsidiair:
primair, subsidiair en meer subsidiair:
De bezwaren van partijen tegen het oordeel van de rechtbank
De beoordeling in hoger beroep
- i) een deel van het verkochte buiten de bouwstrook was gebouwd,
- ii) de verbouwing tot appartementen had plaatsgevonden zonder de daarvoor vereiste bouwvergunning, en
- iii) het verkochte niet verhuurd mocht worden als afzonderlijke appartementen.
- i) De panden waarin het verkochte is gelegen zijn gebouwd in de 19e eeuw. Uit een door [appellant] overgelegde bouwtekening behorend bij een bouwvergunningaanvraag van 1921 blijkt dat de achterbouw, die is gelegen buiten de bouwstrook van het bestemmingsplan van 1987, in 1921 al was ingetekend als bestaande bebouwing. Hieruit kan worden afgeleid dat al voor 1921 een bouwvergunning was verleend voor deze achterbouw danwel dat dit bouwwerk voor 1921 legaal is opgericht. Het is namelijk niet toegestaan om illegale bebouwing in te tekenen als ‘bestaande bebouwing’ bij een bouwvergunningaanvraag. Bovendien moet worden bedacht dat de eerste Woningwet pas in 1902 in werking is getreden. Pas vanaf dat moment deed de figuur van de bouwvergunning zijn intrede. Dit betekent dat als de achterbouw voor 1902 zou zijn gerealiseerd, dit zonder bouwvergunning mogelijk en legaal was. Verder is de bebouwing ook ingetekend op de plankaart van het sinds 1987 geldende bestemmingsplan. [geïntimeerde] heeft nagelaten om de gemeente op dit alles te wijzen. Kortom, de stelling van [geïntimeerde] dat de bebouwing buiten de bouwstrook van het bestemmingsplan illegaal is gaat niet op, en het oordeel van de rechtbank op dit punt is niet juist.
- ii) Het verkochte is verbouwd tot appartementen voordat [appellant] het in 2003 verwierf. Hij weet niet wanneer deze verbouwing heeft plaatsgevonden, maar het moet al voor 1996 zijn gebeurd, in ieder geval gedeeltelijk, omdat de gemeente toen al kamerverhuur had bespeurd. Voor het bouwkundig splitsen van een woning was in die tijd geen bouwvergunning nodig. [appellant] wijst hierbij ook op de ‘beleidsregel bouwkundige splitsingen’ van de gemeente Den Haag, door [appellant] in hoger beroep overgelegd, waarbij in de inleidende overwegingen wordt vermeld dat “
- iii) [appellant] betwist dat de ten tijde van de levering aan [geïntimeerde] bestaande wooneenheden kadastraal gesplitst moesten worden om verhuur mogelijk te maken.