ECLI:NL:GHDHA:2021:169
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorzieningen bij geschil over economische en juridische eigendomsoverdracht netten
Rendant Parknet Beheer B.V. en Stedin c.s. voeren een geschil over de economische en juridische eigendomsoverdracht van particuliere elektriciteits- en gasnetten op het industrieterrein Nieuwland Parc. Na eerdere uitspraken van het College van Beroep voor het bedrijfsleven moest Rendant de exploitatie staken en is Stedin Netbeheer aangewezen als netbeheerder. Partijen bereikten geen overeenstemming over de waarde en overdracht van de netten, waarna Stedin c.s. in eerste aanleg vorderingen instelden tot vaststelling van de waarde en overdracht.
De rechtbank veroordeelde Rendant tot onmiddellijke economische eigendomsoverdracht tegen een vastgestelde waarde. Rendant ging in hoger beroep en stelde incidentele vorderingen in tot voorlopige voorzieningen op grond van artikel 223 Rv Pro, die Stedin c.s. betwistten en zelf ook incidentele vorderingen instelden.
Het hof overwoog dat de hoofdzaak zich nog in een beginfase bevindt en dat de proceskansen onzeker zijn. Rendant kon onvoldoende aantonen dat zij een dringend belang had bij onmiddellijke overdracht, terwijl Stedin c.s. geen verplichting tot juridische eigendomsoverdracht kon worden opgelegd. Gezien deze belangenafweging en onzekerheden wees het hof de voorlopige voorzieningen af en compenseerde de proceskosten. De beslissing in de hoofdzaak blijft aangehouden.
Uitkomst: De incidentele vorderingen tot voorlopige voorzieningen worden afgewezen en de hoofdzaak wordt aangehouden.