ECLI:NL:GHDHA:2021:1781
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- T.A. de Hek
- R.A. Bosman
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen mededeling openstaand bedrag voorlopige aanslag niet-ontvankelijk verklaard
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een mededeling van de Inspecteur over een openstaand bedrag op de voorlopige aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2015. De Inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de mededeling geen voor bezwaar vatbare beschikking is en de voorlopige aanslag niet voor bezwaar openstaat. Belanghebbende stelde dat het bezwaar als verzoek om ambtshalve vermindering moest worden aangemerkt, maar de Inspecteur wees dit af.
De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de aanslag IB/PVV 2015 ten tijde van het bezwaar nog niet was vastgesteld, zodat het bezwaar prematuur was en niet ontvankelijk kon worden verklaard. Het Hof bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de mededeling noch een aanslag noch een voor bezwaar vatbare beschikking is, zodat bezwaar en beroep daartegen niet mogelijk zijn.
Het Hof wijst er verder op dat belanghebbende geen bezwaar heeft gemaakt tegen de definitieve aanslag, maar wel beroep heeft ingesteld. Volgens het Hof had de Rechtbank het beroepschrift mede moeten aanmerken als bezwaarschrift tegen de definitieve aanslag en dit moeten doorzenden aan de Inspecteur. Het Hof zal dit alsnog doen. Het hoger beroep wordt verder ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Bezwaar tegen mededeling voorlopige aanslag niet-ontvankelijk verklaard; beroepschrift als bezwaarschrift tegen definitieve aanslag doorgezonden.