Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 17 augustus 2021
appellant,
hierna te noemen: de man,
geïntimeerde,
hierna te noemen: de vrouw,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
- [minderjarige een] , geboren te [plaatsnaam] [in] 2017;
- [minderjarige twee] , geboren te [plaatsnaam] [in] 2019
- de voorlopige toevertrouwing van de minderjarigen aan de man, met wijziging van de hiervoor genoemde beschikking van 24 juni 2020;
- de vrouw te verbieden zich met de minderjarigen buiten de regio [plaatsnaam een] te vestigen totdat in de echtscheidingsprocedure of een andere bodemprocedure onherroepelijk is komen vast te staan dat zij hiertoe gerechtigd is, zulks op straffe van een dwangsom;
- te bepalen dat de vrouw haar medewerking dient te verlenen aan de inschrijving in de BRP van de minderjarigen op het adres [volgt naam] te [plaatsnaam een] , en haar te verbieden hierin een verandering aan te brengen voordat daarover in een echtscheidingsprocedure is beslist, zulks op straffe van een dwangsom;
- de vrouw te veroordelen in de proceskosten.
- ten onrechte stelt de rechtbank dat de vordering van de vrouw in het belang van de minderjarigen moet worden toegewezen omdat zij de minderjarigen verzorgt en niet buitenshuis werkt;
- ten onrechte stelt de rechtbank dat de vrouw toestemming moet krijgen om zich met de minderjarigen in de regio Rotterdam te vestigen, omdat de vrouw niet gedwongen kan worden in [plaatsnaam een] te gaan wonen;
- de rechtbank heeft een onomkeerbare beslissing genomen, aangezien de minderjarigen zullen gaan wortelen in hun nieuwe woonomgeving;
- er dient eerst objectief onderzoek te worden verricht door de raad voordat een beslissing wordt genomen over een verhuizing van de minderjarigen; als de vrouw toestemming wordt verleend om met de minderjarigen naar de regio Rotterdam te verhuizen, zal een eerlijk en objectief raadsonderzoek niet meer mogelijk zijn;
- de minderjarigen raken vervreemd van de man, omdat de vrouw geen medewerking wenst te verlenen aan de nakoming van de contactregeling;
- de vrouw heeft aangifte gedaan jegens de man, maar de officier van justitie heeft de zaak geseponeerd;
- er zijn geen beletselen voor de vrouw om met de minderjarigen te gaan wonen in [plaatsnaam een] , te meer nu de man aanbiedt dat zij kan terugkeren naar de voormalige echtelijke woning.