Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 10 augustus 2021
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
.
Beslissing
mr. J.E.H.M. Pinckaers, rolraadsheer, in aanwezigheid van de griffier.
Gerechtshof Den Haag
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de voorzieningenrechter die haar vordering tot een straat- en contactverbod tegen de man heeft afgewezen. De man is strafrechtelijk reeds gebonden aan een contact- en locatieverbod vanwege stalking, bedreiging en diefstal. De vrouw stelde dat de man de gedragsaanwijzing stelselmatig overtrad en dat het strafrechtelijke verbod onvoldoende bescherming bood.
Het hof overwoog dat voor een civiel straat- en contactverbod een reële dreiging van toekomstig onrechtmatig handelen vereist is. De vrouw kon echter slechts één incident op 21 mei 2020 concreet aanwijzen, waarvan de feiten onduidelijk en betwist waren. Verdere stelselmatige overtredingen werden onvoldoende onderbouwd. De rechter-commissaris had ook geen aanleiding gezien de schorsing van de voorlopige hechtenis op te heffen.
Het hof oordeelde dat de vrouw onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het civiele verbod noodzakelijk was naast het strafrechtelijke verbod. Wel compenseerde het hof de proceskosten in eerste aanleg en hoger beroep vanwege de relationele aard van de zaak. De overige vorderingen werden afgewezen en het bestreden vonnis in zoverre bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het civiele straat- en contactverbod en compenseert de proceskosten tussen partijen.