Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.Koninklijke KPN N.V.,
2. KPN B.V.,
3. Telfort Zakelijk B.V.,
4. XS4ALL Internet B.V.,
5.Nokia Solutions and Networks Nederland B.V.,
1.Het geding
2.Beoordeling van het hoger beroep
ijwhere
i,j=1,...,L. The block P
ijcontains all zeros, except for a one at position
(j,i). When matrix P is right-multiplied with a vector of size NL, the elements of P are re-ordered from L groups of N components into N groups of L components. Also, note that P-1=P* =P. Applying this reordering operation to both the transmitter and the receiver samples, yields:
Zi,
Uiand
Nicontain the received samples, transmitted symbols and noise samples of all users corresponding to tone i, and T
ifully characterizes MIMO transmission within tone
i. In the following, a distinction between upstream and downstream will be made by adopting the notation
Ti,upand
Ti,down.
Ti,upand
Ti,downare assumed to be non-singular (the justification for this assumption and the consequences of ill-conditioning are discussed below).
Ti,upyields:
iis a unitary matrix and R
iis an upper triangular matrix. If the received samples are
then Equation (22) becomes:
has an identity covariance matrix. Since R
iis upper triangular and
has
ican be recovered by back-substitution combined with
and the feedback matrix module 1120 using
I – Ri. The detection of the
kthelement of U
iis expressed as:
is the (
k, j) element of R
i. Assuming that the previous decisions are correct, crosstalk is completely cancelled, and L "parallel" channels are created within each tone. The operations described above can be used to define a preferred canceller block corresponding to a single tone, which is shown in Figure 11. Combining the canceller blocks of all tones, and taking into account DMT transmission, a system 1200 for upstream vectored DMT transmission is shown in Figure 12. The transmitters 1210-1 through 1210-L send their respective signals through channel 1220. The receivers 1230-1 through 1230-L receive the signals from channel 1220 and process the received signals using canceller blocks 1240-1 through 1240-L which, in the preferred embodiment, resemble the block of Figure 11.
results in:
iis a unitary matrix and R
iis an upper triangular matrix. Assuming that the symbols are "rotated/reflected" by
prior to being transmitted:
i. (…)
is defined as:
i,kis the constellation size of user
kon tone
i, while
dis the constellation point spacing. (…).
Ti,up=
Ti,down. In that case, Equations (23) and (27) give the QR decomposition of the same matrix.
iin vector space, it is seen that the columns are almost orthogonal to each other, which implies that Q
iis close to being an identity matrix. Thus, the magnitudes of the diagonal elements of R
ido not differ significantly from those of the diagonal elements of T
i, which indicates that QR cancellation performs almost as good as crosstalk removal. (…)
iare small. Although channel matrix singularity is almost impossible in the DSL environment, an ill-conditioned channel (implying small diagonal elements) cannot be ruled out, thus increasing the impact of channel estimation errors and posing several computational problems. Such cases arise in high frequencies (for example, in loop topologies that have extreme loop length differences) or in the presence of bridged taps. Nevertheless, the energy allocation algorithms discussed below prevent the occurrence of such phenomena by not allowing transmission in frequencies where the diagonal elements of Ri are small.
kthuser, and R
kis the achievable data rate of the
kthuser, which may refer to either the upstream or the downstream direction. In order to compute the data rate, an appropriate known gap approximation is employed. Taking into account the fact that vectoring essentially "diagonalizes" the channel (and assuming no error propagation in the upstream direction), the upstream and downstream achievable rates are obtained:
Nupand
Ndownare the sets of upstream and downstream tone
for downstream transmission. These parameters are constrained by limits on the transmitted energy. In upstream transmission, the total transmit energy is constrained by:
is the energy of (U
i)
kin Equation (25), and ε
k,upis the maximum allowed upstream transmitted energy of user
k. Since
it is deducted that:
is the energy of (U
i)
kin Equation (21) [lees: ‘(28)’, hof], and ε
k,downis the
k. Unfortunately, this constraint does not translate directly to a constraint for
due to non-linear precoding.
is made and Equation (38) for downstream becomes:
kwaterfilling problems (…)
Tivoor de kanaalmatrix die de volledige transmissie van alle gebruikers in toon i kenmerkt. De in EP 456 beschreven vorm van vectoring veronderstelt perfecte kennis van de kanaalmatrix
Ti. EP 456 vermeldt (in par. [0088] en [0091]) dat de upstream en downstream kanaalmatrices in een ‘duale’ of ‘transpose’ relatie tot elkaar staan, dat wil zeggen dat de kanaalmatrices over de hoofddiagonaal ten opzichte van elkaar zijn gespiegeld; de upstream-kanaalmatrix
Ti,upis gelijk aan de getransponeerde kanaalmatrix voor downstream,
TTi, down.
dec’ in de vergelijking staat voor ‘decision operator’. Het effect van die functie is dat de externe (niet door overspraak veroorzaakte) ruis, die anders door het feedback-proces wordt versterkt doordat deze doorwerkt naar alle andere lijnen (ook aangeduid als ‘noise-propagation’), wordt weggefilterd.
de modulo-berekening. Toepassing van precoding leidt tot een zekere vervlechting van de signalen van verschillende gebruikers en daarmee tot een toename van de energie waarmee een signaal wordt verzonden. Als de energie van het verzonden signaal door toepassing van precoding zodanig stijgt dat deze boven een bepaalde vooraf bepaalde grenswaarde komt treedt de modulusfunctie in werking en wordt de energie van het daadwerkelijk verzonden signaal (na precoding) beperkt. Het gevolg van deze bewerking is dat de energie die door de gebruiker wordt toegewezen aan het signaal dat hij wil verzenden (vóór precoding) niet in een direct lineair (wiskundig) verband staat tot de energie waarmee het signaal daadwerkelijk wordt verzonden (ná precoding). Een precoder die deze bewerking uitvoert wordt daarom wel aangemerkt als een niet-lineaire precoder.
characterised byincluding the further step of allocating energy in frequency independently within each of said communication lines being used by each said user.
3.Het geschil in eerste aanleg en de vorderingen in hoger beroep
4.Beoordeling
onafhankelijkeenergietoewijzing is daarin niets vermeld. Dat laatste geldt ook voor conclusies 10 en 11 van WO 008, die zien op maximalisering van de gewogen som van de datasnelheden van alle gebruikers. In par. [0102], waarin wordt voortgebouwd op de daaraan voorgaande paragrafen van het hoofdstuk Energy Allocation in General (par. [0098] – [0101]), wordt wel verwezen naar onafhankelijke energietoewijzing: ‘With this in mind, it is seen that the energy allocation problem of Equation (33) becomes independent for each user, and thus the
akweights are irrelevant in this scenario’. Thans stelt ASSIA dat voor deelkenmerk 1k (ook) basis is te vinden in de vaststelling dat de DSL-kanaalmatrix sterk diagonaal dominant is (par. [0089] – [0091]).
gevolgis van die modulo-bewerking. Daartoe heeft Nokia c.s. toegelicht dat de gemiddelde vakman begrijpt dat, vanwege de additionele vervlechting die het gevolg is van het toevoegen van de precompensatiesignalen bij precoding, de mogelijkheid bestaat dat de maximale hoeveelheid energie die een gebruiker op zijn lijn mag toewijzen wordt overschreden en dat dit energie-overschrijdingsprobleem wordt opgelost door toepassing van de modulo-bewerking. Als gevolg daarvan zal de daadwerkelijk toegewezen energie aan het te verzenden signaal niet boven het toegestane maximum uitstijgen en is het zendvermogen van dat signaal voor precoding in wezen hetzelfde als daarna (vgl. par. 161/162 MvG).
Qiis close to being an identity matrix”. Daaruit zou de gemiddelde vakman afleiden dat de grootte – en dus de energie – van de overspraaksignalen in verhouding tot die van het directe signaal verwaarloosbaar klein is. Op grond daarvan zou hij begrijpen dat met precoding – het verzenden van de precompensatiesignalen – geen aanmerkelijke verhoging van de energie van het daadwerkelijk verzonden signaal (na precoding) ten opzichte van de oorspronkelijk daaraan toegewezen energie (voor precoding) gemoeid zal zijn, zodat de modulo-bewerking geen functie vervult en kan worden weggelaten (uit vgl. 29, zodat deze lineair wordt).
always’ voordoet. Het moet er daarom voor worden gehouden dat ten tijde van deze publicatie (na de prioriteitsdatum) de diagonale dominantie van de DSL kanaalmatrix ook voor de (mede)uitvinders van EP 456 zelf geen aanleiding gaf te veronderstellen dat de modulo-bewerking achterwege kon blijven.
vanwegede sterkte diagonale dominantie precoding (in zijn algemeenheid) geen noemenswaardig effect heeft op de energie van het te verzenden signaal (wat zou betekenen dat de modulo-bewerking geen relevante functie vervult en ook lineaire precoding kan worden toegepast), moet daarom worden verworpen.
precoding(ongeacht de toegepaste precoder) niet resulteert in noemenswaardige verhoging van de energie van het signaal (zoals ASSIA bij herhaling de zinsnede uit par. [0100] onjuist parafraseert), niet slaagt. Naar het oordeel van het hof zal de gemiddelde vakman bij kennisneming van WO 008 inzien dat de geconstateerde afwezigheid van noemenswaardige vervlechting het resultaat is van het gebruik van
de preferred precoder(in overeenstemming met wat par. [0100] ook letterlijk openbaart). Er is, anders dan ASSIA betoogt, geen ondubbelzinnige openbaarmaking dat er geen noodzaak is voor het toepassen van de modulo-functie in de precoder en dat gebruik gemaakt kan worden van lineaire precoding.
gevolg vande (modulo-bewerking in de) preferred precoder, die daarvoor dus essentieel, een noodzakelijke voorwaarde is.