ECLI:NL:GHDHA:2021:2360
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening in zaak over giftenaftrek loonheffing
Belanghebbende stelde zich op het standpunt dat de op zijn en zijn echtgenotes loon ingehouden en afgedragen loonheffing als periodieke giften in aftrek kon worden gebracht voor de jaren 2014, 2016 en 2017. De Inspecteur weigerde deze giftenaftrek en verklaarde de bezwaren ongegrond. De Rechtbank Den Haag verklaarde de beroepen ongegrond. Belanghebbende stelde vervolgens hoger beroep in tegen deze uitspraak.
Het Gerechtshof oordeelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is omdat het beroepschrift te laat is ontvangen en belanghebbende noch zijn gemachtigde aannemelijk heeft gemaakt dat het tijdig ter post is bezorgd. De termijn voor het indienen van het hoger beroep bedroeg zes weken vanaf de dag na verzending van de uitspraak van de Rechtbank. Het beroepschrift werd ontvangen op 6 april 2021, terwijl het uiterlijk op 16 maart 2021 ontvangen had moeten zijn of uiterlijk op 23 maart 2021 ter post bezorgd.
Belanghebbende voerde daarnaast inhoudelijke argumenten aan over de legitimiteit van de Nederlandse Staat en de bevoegdheid van de raadsheren, maar deze werden door het Hof niet onderbouwd en niet aanvaard. Het Hof bevestigde de bestaande jurisprudentie dat het betalen van belasting geen gift is en dat de giftenaftrek terecht is geweigerd. Het Hof zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn voor het indienen van het beroepschrift.