ECLI:NL:GHDHA:2021:2406
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over zorgregeling en gelijkwaardig ouderschap na beëindiging relatie
In deze zaak staat de zorgregeling tussen ouders na beëindiging van hun relatie centraal. De vader is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank die een zorgregeling vaststelde waarbij de kinderen voornamelijk bij de moeder verbleven en de omgangstijden bij de vader beperkt waren. De vader wenst een gelijkwaardige verdeling van de zorg en meer tijd met de minderjarigen, terwijl de moeder de huidige regeling als passend en uitvoerbaar beschouwt.
Het hof overweegt dat het belang van de minderjarigen voorop staat en dat gelijkwaardig ouderschap niet automatisch een 50/50 verdeling van verblijftijd betekent. De bestaande zorgregeling biedt rust, structuur en duidelijkheid en loopt al enkele jaren. Een ingrijpende wijziging wordt daarom niet in het belang van de kinderen geacht. Wel wordt de donderdagregeling aangepast zodat de kinderen op donderdag na school bij de vader blijven tot vrijdagochtend, om meer kwalitatieve tijd te creëren.
De vader heeft zijn verzoeken omtrent kinderalimentatie ingetrokken, zodat het hof daarop niet beslist. De proceskosten worden gecompenseerd. De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het de zorgregeling betreft en het hof stelt de nieuwe regeling vast die meer recht doet aan de wensen van de vader zonder de belangen van de kinderen te schaden.
Uitkomst: Het hof vernietigt de eerdere beschikking en stelt een aangepaste zorgregeling vast waarbij de kinderen meer tijd bij de vader doorbrengen, met behoud van rust en structuur.