Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 28 februari 2014 te Leiden en/of Numansdorp en/of Hoogmade en/of (elders) in Nederland en/of Spanje, zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van (gewoonte) witwassen, immers heeft hij (telkens) (van) een of meer voorwerp(en), bestaande uit
hij op of omstreeks 14 april 2014 te Leiden en/of Hoogmade, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad
a. hij op of omstreeks 14 april 2014 te Leiden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, - een wapen van categorie I onder 7°, te weten een pistool/veerdrukwapen (merk: Rohm, model 735), zijnde een voorwerp dat/die voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen, (zodanig dat dit voorwerp voor bedreiging of afdreiging geschikt is) voorhanden heeft gehad;
hij op of omstreeks 14 april 2014 te Leiden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk een of meer radiozendappara(a)t(en), te weten een GSM-jammer heeft aangelegd en/of geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig heeft gehad en/of heeft gebruikt, terwijl voor het gebruik ervan aan de houder van dat/die radiozendappara(a)t(en) op grond van hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewet geen vergunning voor het gebruik van frequentieruimte was verleend.
hij op
één of meertijdstip
(pen
)in
of omstreeksde periode van 1 januari 2012 tot en met 28 februari 2014 te Leiden en
/ofNumansdorp en
/ofHoogmade en
/of (elders
)in Nederland en
/ofSpanje, zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van
(gewoonte
)witwassen, immers heeft hij
(telkens
) (van
) een of meervoorwerp
(en
), bestaande uit
een of meer (gro(o)t(e)geldbedrag
(en
)met een totaal van
(ongeveer)30.500 euro (bestaande uit wekelijks 410 euro giraal ontvangen op zijn bankrekening van onderneming [onderneming A] met omschrijving weekloon
en/of feitelijk aan [onderneming A] overgedragen contant geldin
of omstreeksde periode van 1 september 2012 tot en met 27 februari 2014);
een of meerauto's, te weten
(onder meer)
/of
/of
/of
/of
(een) geldbedrag/geldbedragen van in totaal
(ongeveer)4.16euro
(huurpenning
(en
)voor de
garagebox/loods gevestigd aan de [adres A] te [plaats A]
), en
/of
(een) geldbedrag/geldbedragen van in totaal
(ongeveer)70.916,93(betalingen aan [onderneming B] bestaande uit lease- en/of aanbetalingen ten behoeve van personenauto
('s
)), en
/of
(een) geldbedrag/geldbedragen van in totaal
(ongeveer)15.6euro
(huurpenning
(en
)voor een
(vakantie
)woning gevestigd aan de [adres B], Spanje
), en
/of
(een) geldbedrag/geldbedragen van in totaal
(ongeveer)32.25euro
(contante geldbedragen gevonden in de woning aan de [adres]
), en
/of
(een) geldbedrag/geldbedragen van in totaal (ongeveer) 22.400 euro
(contante geldbedragen die verdachte aan [betrokkene A] betaald
),en
/of
(een) geldbedrag/geldbedragen van in totaal (ongeveer)
2.8euro
(betalingen aan brandstof
en/of overige kosten),
meermalen/eenmaalde werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats
en/of de vervreemding en/of de verplaatsingverborgen en/of verhuld en/of
meermalen/eenmaal (telkens) een/meer van dat/die geldbedrag
(en
)en
/ofgoed
(eren
) verworven, voorhanden gehad,overgedragen en/of omgezet, althans van
(een van)die geldbedragen en
/ofgoederen gebruik gemaakt,
dat, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat/die voorwerp
(en
)- onmiddel
lijk of middel
lijk - afkomstig
was/waren uit enig misdrijf;
hij op
of omstreeks14 april 2014 te Leiden
en/of Hoogmade, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,opzettelijk aanwezig heeft gehad
), ongeveer101,6 gram hasjiesj
en/of
hennep en/ofhasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
a. hij op
of omstreeks14 april 2014 te Leiden
, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, -een wapen van categorie I onder 7°, te weten een
pistool/veerdrukwapen
(merk: Rohm, model 735), zijnde een voorwerp dat
/dievoor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen,
(zodanig dat dit voorwerp voor bedreiging of afdreiging geschikt is
)voorhanden heeft gehad;
of omstreeks14 april 2014 te Leiden
, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,een wapen van categorie II onder 5°, te weten een stroomstootwapen (merk: Huangshan Hometree Lighting Co. LTD, model HTL-WS3002-3W)
(waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt en/of pijn kan worden toegebracht
)voorhanden heeft gehad;
of omstreeks14 april 2014 te Leiden
, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,een spuitbus (merk: KKS, model Protect Antidog) bevattende pepperspray, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met (een) giftige en/of verstikkende en/of weerloosmakende en/of traanverwekkende of soortgelijke stof(fen) van de categorie II, onder 6°, voorhanden heeft gehad;
hij op
of omstreeks14 april 2014 te Leiden
, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan nietopzettelijk een
of meerradiozendappara
(a
)t
(en), te weten een GSM-jammer
heeft aangelegd en/ofgeheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig heeft gehad
en/of heeft gebruikt, terwijl voor het gebruik ervan aan de houder van dat
/dieradiozendappara
(a
)t
(en)op grond van hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewet geen vergunning voor het gebruik van frequentieruimte was verleend.
Indien de verdachte voormelde verklaring geeft, ligt het op de weg van het openbaar ministerie nader onderzoek te doen naar die verklaring. De rechter zal dan mede op basis van de resultaten van dat onderzoek moeten beoordelen of ondanks de verklaring van de verdachte het witwassen bewezen kan worden op de grond dat (het niet anders kan zijn dan dat) het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.
Indien een dergelijke verklaring uitblijft, mag de rechter die omstandigheid betrekken in zijn overwegingen omtrent het bewijs.
Ingevolge deze (uitzend)arbeidsovereenkomst zou de verdachte per feitelijk gewerkt uur betaald worden. Verdachte heeft blijkens de bewijsmiddelen niet gewerkt. Verdachte ontving echter een vast weekloon op basis van 40 gewerkte uren per week.
Gelet op het samenstel van de bij [onderneming C] aangetroffen (uitzend)arbeidsovereenkomst, de manurenstaten inzake verdachte en het vaste bedrag van
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte de criminele herkomst van de geldbedragen betwist, met als verklaring de bestrijding van de aanname dat de (uitzend)arbeidsovereenkomst fictief zou zijn. De verdachte heeft in dat verband verklaard dat hij geen
fysiekewerkzaamheden, als stratenmaker, heeft verricht, maar thuis op verzoek van [betrokkene B] enkele bestekberekeningen heeft gemaakt en acquisitiewerkzaamheden heeft verricht voor [onderneming A]. Daarvoor kreeg hij dan een vast bedrag per week betaald.
Het hof stelt vast dat de weinig concrete en nauwelijks verifieerbare verklaring omtrent de werkzaamheden thuis, allereerst wordt weersproken door de verklaring van getuige [betrokkene B], die heeft aangegeven dat de verdachte niet voor hem gewerkt heeft en voorts ook niet is terug te voeren op de bedrijfsadministratie, de manurenstaten en het overige onderzoek, die
op papier– zij het naar ’s hofs oordeel gefingeerd - juist zouden moeten duiden op fysieke werkzaamheden ter plaatse. Voorts vindt de verklaring van de verdachte haar weerlegging in de verklaringen van [getuige A] (blz. 828 en 849 en volgende van het politiedossier) en [getuige B] (blz. 882 en volgende van het politiedossier).
De verklaring van de verdachte omtrent zijn werkzaamheden is, zo volgt uit het voorgaande, op voorhand hoogst onwaarschijnlijk. Bij deze stand van zaken is nader onderzoek, te verrichten door het openbaar ministerie, niet aangewezen.
De uitbetalingen aan de verdachte hebben gedurende anderhalf jaar wekelijks plaatsgevonden, zodat daarvan een gewoonte is gemaakt.
Het hof stelt voorts het volgende vast.
€ 165.994,93 totaal uitgaven
gewoontewitwassen.
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
zoals zij rechtens gelden dan wel golden.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
9 (negen) maanden.
teruggaveaan de zoon van verdachte, [betrokkende D], geboren op [geboortedatum] van het inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerp, een bedrag van € 4.550,-.