ECLI:NL:GHDHA:2021:2548

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
21 december 2021
Publicatiedatum
21 december 2021
Zaaknummer
200.300.263/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1062 lid 4 RvArt. 1065 lid 1 sub a RvArt. 1065 lid 1 sub e RvTaxation Laws (Amendment) Act, 2021Income-Tax (31st Amendment) Rules, 2021
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arbitrale vonnis in geschil over vermogenswinstbelasting tussen India en Cairn Energy

In deze zaak vordert India de vernietiging van een arbitrale uitspraak van 21 december 2020, waarin India werd veroordeeld tot betaling van aanzienlijke bedragen aan Cairn Energy. Het geschil betreft de door India geheven vermogenswinstbelasting en de geldigheid van de arbitrageovereenkomst.

Tijdens de procedure heeft Cairn aangegeven geen bezwaar te hebben tegen de vernietiging van het arbitrale vonnis, mede vanwege nieuwe belastingwetgeving die India heeft ingevoerd. Het hof besluit het vonnis te vernietigen zonder inhoudelijke beoordeling van de gronden die India aanvoert, zoals het ontbreken van een geldige arbitrageovereenkomst en schending van de openbare orde.

De vernietiging van het arbitrale vonnis leidt automatisch tot de vernietiging van het exequatur dat eerder was verleend voor tenuitvoerlegging. Het arrest wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten. De overige vorderingen van India worden niet meer behandeld omdat deze niet langer worden gehandhaafd.

Uitkomst: Het hof vernietigt het arbitrale vonnis en verklaart het arrest uitvoerbaar bij voorraad met partijen die ieder hun eigen kosten dragen.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.300.263/01
arrest van 21 december 2021
inzake
De Republiek India,
zetelend te New Delhi, India,
eiseres,
hierna te noemen: India,
advocaat: mr. M.J. Siegers te Rotterdam,
tegen

1.Capricorn Energy PLC (voorheen genaamd: Cairn Energy PLC),

2.
Cairn UK Holdings Limited,
beide gevestigd te Edinburgh, Schotland, Verenigd Koninkrijk,
gedaagden,
hierna te noemen: Cairn,
advocaat: mr. G.J. Meijer te Amsterdam.

1.Het verloop van het geding

1.1
Bij exploot van 22 maart 2021 heeft India Cairn opgeroepen te verschijnen voor het Gerechtshof Den Haag. India heeft – kort gezegd en voor zover hier relevant – gevorderd dat het hof het tussen partijen gewezen arbitrale vonnis van 21 december 2020 (PCA-zaaknummer 2016-7) zal vernietigen.
1.2
Bij brief van 3 november 2021 hebben partijen het hof gezamenlijk verzocht een mondelinge behandeling te gelasten. Het hof heeft dit verzoek gehonoreerd. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben partijen een gezamenlijke brief van 2 december 2021 (met bijlagen) in het geding gebracht.
1.3
Op 15 december 2021 heeft een mondelinge behandeling plaatsgehad, waarbij de advocaten van partijen de zaak hebben toegelicht aan de hand van pleitnotities die aan het hof zijn overgelegd. Voor India hebben mr. M. van Leeuwen en mr. A.J. van den Berg het woord gevoerd, voor Cairn mr. G.J. Meijer en mr. N. Peters. Van de mondelinge behandeling is proces-verbaal opgemaakt.
1.4
Ten slotte hebben partijen arrest gevraagd.

2.Beoordeling

2.1
Het gaat in deze zaak om het volgende:
  • i) Tussen partijen is een geschil ontstaan over – kort gezegd – de door India bij Cairn geheven vermogenswinstbelasting.
  • ii) Op basis van de
  • iii) Bij arbitraal vonnis van 21 december 2020 (hierna: het arbitrale vonnis) heeft het Scheidsgerecht India veroordeeld tot betaling van US$ 984.228.274,-, US$ 240.645.158,81 en US$ 7.946.710,55 aan hoofdsom, te vermeerderen met rente en kosten.
  • iv) Cairn heeft de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag verzocht om verlof tot tenuitvoerlegging van het arbitrale vonnis. De voorzieningenrechter heeft bij beschikking van 8 januari 2021 (zaaknummer: C09/568039 / KG RK 21-2) verlof verleend tot tenuitvoerlegging van het arbitrale vonnis.
  • v) India heeft in de loop van 2021 nieuwe belastingwetgeving uitgevaardigd: de
2.2
De vordering die India in deze procedure heeft ingesteld, strekt ertoe dat het hof het arbitrale vonnis zal vernietigen – kort gezegd – omdat een geldige arbitrageovereenkomst ontbreekt (art. 1065 lid 1 sub a Rv Pro) en/of omdat sprake is van schending van de openbare orde (art. 1065 lid 1 sub e Rv Pro).
2.3
Tijdens de mondelinge behandeling is namens Cairn te kennen gegeven dat Cairn met het oog op de toepassing van de Tax Rules 2021 geen bezwaren heeft tegen toewijzing van de vordering tot vernietiging van het arbitrale vonnis als zodanig en dat daarom de door India aangevoerde gronden tot vernietiging van dat vonnis door Cairn onbesproken zullen blijven.
2.4
Gelet hierop zal het hof het arbitrale vonnis vernietigen zonder verder onderzoek naar de door India aangevoerde gronden. Ingevolge art. 1062 lid 4 Rv Pro brengt de vernietiging van het arbitrale vonnis van rechtswege de vernietiging van het op 8 januari 2021 door de voorzieningenrechter verleende exequatur mee.
2.5
Het hof merkt nog op dat tijdens de mondelinge behandeling namens India naar voren is gebracht dat India deze oplossing gaarne aanvaardt. Met betrekking tot het onder 2.3 vermelde standpunt van Cairn heeft India opgemerkt dat zij dat voor rekening van Cairn laat, voor zover het gaat om Cairns verwijzing naar de Tax Rules 2021. Voor de vernietiging van het arbitrale vonnis is dat niet van belang.
2.6
India heeft gevorderd dat het hof het arrest uitvoerbaar bij voorraad verklaart. Uit de spreekaantekeningen (nr. 19) van mrs. Meijer en Peters volgt dat Cairn zich daar niet tegen verzet. Het hof zal het arrest dan ook uitvoerbaar bij voorraad verklaren.
2.7
De overige vorderingen van India behoeven geen bespreking meer omdat uit de brief van 2 december 2021 (onder de nrs. 17/18) en uit hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken, volgt dat India deze vorderingen niet langer handhaaft.
2.8
Partijen zijn het erover eens dat een kostenveroordeling achterwege kan blijven.

3.Beslissing

Het hof:
- vernietigt het tussen partijen gewezen arbitrale vonnis van 21 december 2020 met PCA-zaaknummer 2016-7;
- compenseert de proceskosten, in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mrs. C.A. Joustra, P. Glazener en A.J. Swelheim en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 december 2021 in aanwezigheid van de griffier.