ECLI:NL:GHDHA:2021:2803
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- U.E. Tromp
- J.T. Sanders
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ambtshalve teruggaaf BPM en rentevergoeding door Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende, een besloten vennootschap, maakte bezwaar tegen een ambtshalve vermindering van de belasting personenauto’s en motorrijwielen (BPM) en een daarop gebaseerde ambtshalve rentevergoeding. De Rechtbank Den Haag wees het bezwaar af, maar kende belanghebbende wel immateriële schadevergoeding en proceskosten toe.
In hoger beroep bij het Gerechtshof Den Haag werd het geschil opnieuw behandeld. Het Hof oordeelde dat er onvoldoende reden was om de gemachtigde van belanghebbende te weigeren en dat de Rechtbank op goede gronden had geoordeeld. De stellingen van belanghebbende boden geen aanleiding tot een andere beoordeling.
Het Hof zag geen reden om prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie te stellen en wees het hoger beroep af. Ook werden geen proceskosten aan partijen opgelegd. De uitspraak werd op 4 maart 2021 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de uitspraak van de Rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.