ECLI:NL:GHDHA:2021:2813
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- U.E. Tromp
- J.T. Sanders
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake belastingrente en redelijke termijn
Belanghebbende, een B.V., was in beroep gegaan tegen een rentebeschikking van de Inspecteur van de Belastingdienst. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om vergoeding van immateriële schade afgewezen. Belanghebbende ging hiertegen in hoger beroep bij het Gerechtshof Den Haag.
Tijdens de mondelinge behandeling op 22 januari 2021 verschenen partijen en werden ook andere vergelijkbare hoger beroepen behandeld. Het hof constateerde dat de geschilpunten in hoger beroep nagenoeg gelijk waren aan die in eerste aanleg. Het hof zag geen reden om de gemachtigde van belanghebbende te weigeren.
Na beoordeling van de stukken en het verweerschrift concludeerde het hof dat de rechtbank op goede gronden en begrijpelijk had geoordeeld. Belanghebbende had geen nieuwe feiten of rechtsgronden aangevoerd die aanleiding gaven tot een ander oordeel. Ook was er geen reden om prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie te stellen.
Het hof verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd op 4 maart 2021 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.