Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.Kabushiki Kaisha Nikon,
Nikon Europe B.V.,
1.Het geding
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling van het hoger beroep
perpetuatio fori-beginsel).
Gerechtshof Den Haag
In deze civiele zaak ging het om de vraag of de Nederlandse rechter bevoegd was om kennis te nemen van een inbreukprocedure op Uniemerken van Nikon tegen Primary Holdings Limited (PHL), gevestigd in Gibraltar. PHL voerde aan dat Gibraltar gelijkgesteld moet worden aan een lidstaat van de EU, waardoor de Nederlandse rechter onbevoegd zou zijn. De rechtbank wees dit betoog af en het hof bekrachtigde dit oordeel.
Het hof overwoog dat de Nederlandse rechter vanaf de brexit paneuropees bevoegd is op grond van de Uniemerkenverordening (UMVo), omdat PHL geen woonplaats meer heeft in een lidstaat en Nikon wel een vestiging in Nederland heeft. Ook als de rechter ten tijde van de procedure in eerste aanleg nog niet paneuropees bevoegd was, geldt een uitzondering op het perpetuatio fori-beginsel, omdat het weigeren van bevoegdheid zou leiden tot onnodige vertraging en dubbele procedures.
Het hof verwierp het beroep van PHL op toekomstige verdragen tussen Gibraltar en de EU en het beroep op uitputting van rechten door PHL, omdat dit onvoldoende was onderbouwd. Het verzoek van PHL om prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad werd afgewezen. PHL werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep, waarbij het hof een redelijke en evenredige vergoeding van €20.000 aan advocaatkosten vaststelde.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de Nederlandse rechter bevoegd is en veroordeelt PHL in de proceskosten.