ECLI:NL:GHDHA:2021:2900
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep onderbewindstelling en benoeming bewindvoerder ex-echtgenote als andere levensgezel
In deze civiele zaak staat de onderbewindstelling van de goederen van de rechthebbende centraal. De ex-echtgenote, verzoekster in hoger beroep, betwist de benoeming van Stichting CAV als bewindvoerder en verzoekt haar ontslag en haar eigen benoeming tot bewindvoerder. De rechtbank had eerder Stichting CAV als bewindvoerder benoemd.
Het hof overweegt dat verzoekster, ondanks het formele einde van het huwelijk, door de langdurige en intensieve zorgrelatie met de rechthebbende als andere levensgezel moet worden aangemerkt en daarmee als belanghebbende. Dit wordt ondersteund door een notariële volmacht uit 2013 waarin verzoekster expliciet is aangewezen als toekomstige bewindvoerder.
De rechthebbende blijkt de procedure en het verweer niet meer te begrijpen, waardoor het hof het verweer van de advocaat namens hem buiten beschouwing laat. Het hof vernietigt de eerdere beschikking voor zover Stichting CAV is benoemd, ontslaat deze stichting als bewindvoerder en benoemt verzoekster tot bewindvoerder met ingang van 1 november 2021. De Stichting CAV moet binnen drie maanden verantwoording afleggen over het gevoerde bewind.
Uitkomst: Het hof benoemt de ex-echtgenote tot bewindvoerder en ontslaat Stichting CAV als bewindvoerder.