De verdachte werd in eerste aanleg vrijgesproken van het eerste cumulatief/alternatief tenlastegelegde en veroordeeld tot 80 dagen gevangenisstraf voor het tweede tenlastegelegde. In hoger beroep werd de verdachte niet-ontvankelijk verklaard voor het hoger beroep tegen de vrijspraak van het eerste tenlastegelegde.
Het hof achtte bewezen dat de verdachte op 30 mei 2018 te Den Haag openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen het slachtoffer. De verdediging voerde noodweer, putatieve noodweer en noodweerexces aan, stellende dat de verdachte zich verdedigde tegen een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding door het slachtoffer die een mes bij zich had en diens diefstal van de telefoon. Het hof oordeelde dat de noodweersituatie op de brug eindigde toen het slachtoffer wegrende en dat het geweld bij het tankstation niet meer door noodzakelijke verdediging werd gerechtvaardigd.
Het hof verwierp het verweer van noodweerexces omdat niet aannemelijk was dat het geweld direct voortkwam uit een hevige gemoedsbeweging veroorzaakt door de eerdere aanranding. De verdachte werd veroordeeld tot 45 dagen gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest. Het hof hield rekening met recidive en persoonlijke omstandigheden, maar zag geen strafvermindering wegens de eerdere aanval van het slachtoffer. De vrijspraak van het eerste tenlastegelegde bleef in stand.