Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
9 mei 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die werd veroordeeld voor openlijke geweldpleging tegen personen. Het hof had het beroep op noodweerexces verworpen omdat niet aannemelijk was geworden dat sprake was van een hevige gemoedsbeweging die het handelen van de verdachte zou rechtvaardigen.
De verdachte stelde in cassatie dat het hof ten onrechte het beroep op noodweerexces niet had aanvaard, maar de Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet konden leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering nader toe te lichten omdat dit niet van belang was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en het beroep werd verworpen. Hiermee blijft het oordeel van het hof in stand dat het beroep op noodweerexces niet slaagt in deze zaak.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor openlijke geweldpleging blijft in stand.