ECLI:NL:HR:2023:681

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 mei 2023
Publicatiedatum
4 mei 2023
Zaaknummer
21/03167
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 141 SrArt. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping beroep op noodweerexces bij openlijke geweldpleging

De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die werd veroordeeld voor openlijke geweldpleging tegen personen. Het hof had het beroep op noodweerexces verworpen omdat niet aannemelijk was geworden dat sprake was van een hevige gemoedsbeweging die het handelen van de verdachte zou rechtvaardigen.

De verdachte stelde in cassatie dat het hof ten onrechte het beroep op noodweerexces niet had aanvaard, maar de Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet konden leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering nader toe te lichten omdat dit niet van belang was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en het beroep werd verworpen. Hiermee blijft het oordeel van het hof in stand dat het beroep op noodweerexces niet slaagt in deze zaak.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor openlijke geweldpleging blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/03167
Datum9 mei 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 14 juli 2021, nummer 22-000039-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft P.B. Spaargaren, advocaat te 's‑Gravenhage, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 mei 2023.