Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest
Het verloop van het geding
De beoordeling van het hoger beroep
all roundmedewerker van de griffie van het hof aan de advocaten verstuurd e-mailbericht van 8 juli 2021 10:08 uur, inhoudende:
Gerechtshof Den Haag
Appellant verzocht zich te voegen of tussen te komen in een procedure tussen de curator en APK in het faillissement van Machinefabriek M.K.B. De rechtbank Rotterdam wees dit verzoek af omdat appellant zijn vordering niet tijdig had ingesteld, namelijk niet voor of op het in artikel 218 Rv Pro bedoelde tijdstip. Appellant ging hiertegen in hoger beroep.
Tijdens de procedure bleek dat de onderliggende zaken inmiddels door de rechtbank waren afgedaan met een eindvonnis van 17 februari 2021. Het hof vroeg partijen of er nog belang bestond bij het hoger beroep tegen het verzoek tot voeging/tussenkomst. Appellant kon dit niet duidelijk motiveren. Bovendien was appellant door een lastgeving aan APK beperkt in zijn belang om zich te voegen.
Het hof oordeelde dat zelfs als het verzoek tijdig was ingediend, het ontbreken van belang en de goede procesorde zich verzetten tegen toewijzing. De verdere vertraging door het late verzoek was onaanvaardbaar, mede gezien het trage procesverloop dat aan appellant was toe te rekenen. Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellant in de kosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en verklaart appellant niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot voeging/tussenkomst.