ECLI:NL:GHDHA:2021:385
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling zonder schone lei wegens onttrekking gelden aan loonbeslag en verzwegen feiten
Bij arrest van 8 maart 2021 heeft het Gerechtshof Den Haag het vonnis van de rechtbank Rotterdam bekrachtigd waarbij aan appellante de schone lei is onthouden in het kader van haar schuldsaneringsregeling. De rechtbank had geoordeeld dat appellante toerekenbaar tekortgeschoten was door onrechtmatige declaratie van reiskosten en onregelmatigheidstoeslagen die zij op de rekening van haar ouders liet storten om deze gelden te onttrekken aan het loonbeslag.
Deze gedragingen, die dateren van vóór de toelating tot de schuldsaneringsregeling, waren niet gemeld bij de toelatingszitting, waardoor sprake is van een schending van de informatieplicht. Dit is onverenigbaar met de doelstellingen van de regeling en getuigt niet van een saneringsgezinde houding. Daarnaast ontstond door het strafontslag een voorwaardelijke nieuwe schuld en was er sprake van een boedelachterstand, die inmiddels is ingelopen.
Appellante voerde aan dat de rechtbank onterecht het arrest van de Hoge Raad niet had gevolgd en dat het ontslag nog niet onherroepelijk was. Ook stelde zij dat de gedragingen niet konden worden aangemerkt als tekortkoming in haar inspanningsverplichting. Het hof oordeelde echter dat de verzwegen feiten en het onttrekken van gelden aan het loonbeslag voldoende grond vormden om de regeling zonder schone lei te beëindigen.
Het hof wees erop dat de gedragingen in vervolgprocedures zijn erkend en dat de verzwegen informatie van wezenlijk belang was voor de beoordeling van de toelating. De omstandigheden waren dermate ernstig dat geen sprake was van een geringe betekenis en dat de beëindiging gerechtvaardigd was. Het hof bekrachtigde het vonnis van 16 december 2020.
Uitkomst: De schuldsaneringsregeling wordt beëindigd zonder toekenning van de schone lei wegens onttrekking van gelden aan het loonbeslag en verzwegen feiten.