In deze civiele zaak vordert [appellante], een assurantiebemiddelingsbureau, dat het hof het vonnis van de rechtbank vernietigt en Aegon toerekenbare tekortkoming in de nakoming vaststelt vanwege de overname van de premie-incasso. [appellante] stelt dat de gespreide betaling van prolongatiepremies onderdeel was geworden van de afspraken tussen partijen.
Het hof oordeelt dat de schriftelijk overeengekomen samenwerkingsvoorwaarden uit 2007 gelden, waarin tijdige betaling van de rekening-courantverplichtingen is vastgelegd. Aegon heeft vanaf 2009 herhaaldelijk geprotesteerd tegen de debetstand en betalingsachterstanden van [appellante]. De gedragingen van Aegon, waaronder waarschuwingen en het aanbod tot maandelijkse betaling met opslag, maken niet dat [appellante] gerechtvaardigd mocht vertrouwen op afwijkende betalingsafspraken.
De overname van de premie-incasso door Aegon was gegrond op artikel 12.4 sub d van de samenwerkingsovereenkomst, omdat sprake was van ernstig in strijd handelen met een verplichting. Het hof wijst de vorderingen van [appellante] af, ook omdat onvoldoende causaal verband is aangetoond tussen de overname en de vermeende schade. Het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd en [appellante] wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.