Werknemer is op 8 mei 2020 op staande voet ontslagen door Eriks B.V. en vorderde vernietiging van dit ontslag en loondoorbetaling, maar de kantonrechter wees dit af. Eriks vorderde ontbinding van de arbeidsovereenkomst en betaling van benzine- en onderzoekskosten. De kantonrechter kende benzinekosten en deels onderzoekskosten toe, maar wees de vorderingen van werknemer tot winstdeling en tantième af.
In hoger beroep stelde werknemer dat het ontslag onrechtmatig was en dat Eriks niet-ontvankelijk was in haar verzoeken. Het hof oordeelde dat het ontslag rechtsgeldig was en dat het hof de zaak zelf moest afdoen. De vordering tot betaling van benzinekosten werd toegewezen op basis van de autoregeling, ondanks het ontbreken van kilometerregistraties.
De onderzoekskosten werden deels toegewezen: de kosten van het onderzoeksbureau Spindle voor verwijdering van bedrijfsgevoelige e-mails werden toegerekend aan werknemer wegens opzettelijk of bewust roekeloos handelen, maar de overige onderzoekskosten niet. De vordering tot vergoeding van onderzoekskosten benzinegebruik werd afgewezen wegens gebrek aan opzet of bewuste roekeloosheid van werknemer.
De vordering van werknemer tot betaling van de eindejaarsuitkering (winstdeling) over 2019 werd toegewezen omdat het verbetertraject succesvol was afgerond en er geen nieuw verbetertraject was gestart ondanks kritiek. De vordering tot tantième werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs van het halen van doelstellingen.
De proceskosten werden gecompenseerd en de bestreden beschikking werd vernietigd met nieuwe beslissing conform het arrest.