ECLI:NL:GHDHA:2021:438
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde tussenherenhuis ondanks achterstallig onderhoud en weigering bezichtiging
Belanghebbende betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van zijn tussenherenhuis uit 1901, gelegen aan een adres in Den Haag, die door de Heffingsambtenaar was vastgesteld op €500.000 en na bezwaar verlaagd tot €440.000. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de waarde zorgvuldig was bepaald met een taxatiematrix waarin rekening was gehouden met de slechte staat van onderhoud.
In hoger beroep handhaafde het Hof deze uitspraak. Het Hof oordeelde dat de vergelijkingsobjecten in de taxatiematrix goed bruikbaar waren en dat met het kengetal van €1.509 per m² voldoende rekening was gehouden met het achterstallig onderhoud. De weigering van belanghebbende om een inpandige bezichtiging toe te staan, maakte het voor de taxateur onmogelijk om een verdere waardevermindering vast te stellen, wat voor risico van belanghebbende kwam.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Belanghebbende was vrijgesteld van griffierecht wegens betalingsonmacht. De uitspraak is op 25 februari 2021 in het openbaar uitgesproken door het Gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de WOZ-waarde van €440.000 en verklaart het hoger beroep ongegrond.