Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- een journaalbericht van 23 juli 2020 met bijlage, ingekomen op diezelfde datum;
- een journaalbericht van 18 februari 2021 met bijlagen, ingekomen op diezelfde datum.
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat.
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
- ingevolge het bepaalde in artikel 1:401 lid 5 BW Pro te worden gegrond op de stelling dat deze overeenkomst destijds is aangegaan met grove miskenning van de wettelijke maatstaven;
- en/of ingevolge het bepaalde in artikel 1:401 lid 1 BW Pro te worden gegrond op de stelling dat deze overeenkomst nadien door wijziging van omstandigheden heeft opgehouden aan de wettelijke maatstaven te voldoen.
- eigen aandeel van de moeder: € 164,- / € 906,- x € 379,- = € 69,-
- eigen aandeel van de vader: € 742,- / € 906,- x € 379,- = € 310,-
- eigen aandeel van de moeder: € 398,- / € 1.199,- x € 369,- = € 122,-
- eigen aandeel van de vader: € 801,- / € 1.199,- x € 369,- = € 247,-
- eigen aandeel van de moeder: € 124,- / € 986,- x € 425,- = € 53,-
- eigen aandeel van de vader: € 862,- / € 986,- x € 425,- = € 372,-
- eigen aandeel van de moeder: € 433,- / € 1.365,- x € 393,- = € 125,-
- eigen aandeel van de vader: € 932,- / € 1.365,- x € 393,- = € 268,-
6.De beslissing
- voor het jaar 2018 op € 310,- per maand;
- voor het jaar 2019 op € 247,- per maand;
- voor het jaar 2020 op € 372,- per maand;
- met ingang van 1 januari 2021 op € 268,- per maand;