ECLI:NL:GHDHA:2021:661
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag accijns op FAME-lading ondanks restlading en verliesnormdiscussie
Belanghebbende, vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats, vervoerde onder accijnsschorsing een lading FAME (Fatty Acid Methyl Ester) per tanklichter. Na lossing werd een tekort van 6.246,99 liter vastgesteld, boven de toegestane verliesnorm van 0,3%, waarop de Inspecteur een naheffingsaanslag oplegde.
Belanghebbende voerde aan dat het tekort restlading betrof en dat FAME niet uitsluitend als motor- of verwarmingsbrandstof bestemd was, waardoor accijnsheffing niet gerechtvaardigd zou zijn. Tevens stelde zij dat de verliesnorm te laag was en dat het accijnstarief voor zware stookolie van toepassing zou moeten zijn. De Rechtbank wees deze bezwaren af en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep bevestigde het Hof de uitspraak van de Rechtbank. Het Hof oordeelde dat FAME, geclassificeerd onder GN-codes die biodiesel omvatten, een accijnsgoed is zodra het bestemd is voor motorbrandstof of verwarming. Belanghebbende slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de lading een andere bestemming had. Ook de stelling dat het tekort restlading was, werd niet aannemelijk gemaakt volgens de voorgeschreven regels. De verliesnorm van 0,3% werd als juist beoordeeld, en het beroep werd ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is op 8 april 2021 in het openbaar uitgesproken door het Gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslag accijns op FAME-lading en verklaart het hoger beroep ongegrond.